Alle foto's via Blizzard tenzij anders aangegeven

Op zoek naar de Oranjekoorts op het WK Overwatch in Parijs

Over de hele wereld gaan mensen helemaal gek op e-sports en zijn gamers supersterren. Maar Nederlanders... nog niet zo heel erg.

|
sep. 24 2018, 10:40am

Alle foto's via Blizzard tenzij anders aangegeven

Nederland is een klein e-sportland. Hoewel iedereen onder de dertig wel games speelt of heeft gespeeld, is de animo voor professioneel gamen lauw. We hebben een paar helden – Vo0, Grubby, ThijsNL, Febiven, King Tuur; ik zie jullie – maar drop een van deze namen in een kroeggesprek en je metgezellen zullen A: hun schouders ophalen of B: je vriendelijk vragen of je alsjeblieft die nerdshit voor in je donkere rukbunker wil bewaren. Begin gewoon over de onthutsende afgang van Ajax in Eindhoven en je hebt wel een gesprek.

Ik vraag me al een tijdje af hoe dat kan. Over de hele wereld gaan mensen helemaal gek op e-sports. Spelers hebben fans, landen koesteren hun supersterren – waarom wij niet? Waarom trekt een NK Hearthstone maar honderd man, en een groot internationaal toernooi in Nederland vooral enthousiaste buitenlanders?

Misschien hebben we échte helden nodig. Helden zoals de Oranje Leeuwinnen – niemand gaf een fuck om vrouwenvoetbal, tot we er opeens goed in bleken te zijn.

Op zoek naar soortgelijke helden van het virtuele kaliber, reisde ik afgelopen weekend af naar Parijs. In de onderbuik van de Grande Arche in zakenwijk La Défense vond de groepsfase van het wereldkampioenschap Overwatch plaats. Voor het oog van tienduizenden kijkers, waarvan een stuk of duizend op locatie, vochten zes Nederlandse boys voor onze trots – en een plek in de kwartfinales. Ik was benieuwd: begint er al een beetje een Oranjegevoel te pruttelen?

Laat me je als eerste vertellen hoe een game-WK eruitziet. De zaal bestaat uit een breed podium, waar twee teams van zes man zitten weggedoken achter hun monitors. Ze lijken zich amper bewust van fans die voor hun neus de longen uit hun lijf schreeuwen om ze aan te moediging. Het overgrote deel van het publiek is Frans en luid. Het is insane. Een medewerker van gamebedrijf Blizzard probeert me een rondleiding te geven, maar geeft het al gauw op – we komen niet boven het gejoel uit.

Wat een verschil met Nederland. Er wordt in Parijs geapplaudisseerd en er wordt gebooooo’d, er wordt geschreeuwd, er wordt gewaved, er worden blauw-wit-rode pruiken en hilarische hanenoutfits uit de kast getrokken. De Grande Arche trilt angstaanjagend op z’n grondvesten.

De gamers op het podium worden onthaald als supersterren, maar het zijn onwaarschijnlijke helden. Terwijl de twee presentatoren smijten met de nodige “ARE YOU REEEEAADYYYY’s” en “LET’S GOOOOO’s,” lopen de boys (want het zijn allemaal boys) het podium op met een houding die tiener-ik zou herkennen: schouders voorover, schichtige blik, schaapachtig zwaaiend met een bungelende onderarm. De spieren moeten gespaard worden voor het echte werk. Deze stille helden praten met hun vingers.

Foto door de auteur

Voor de ingang staan lange rijen mensen die een paar tientjes hebben betaald om naar binnen te mogen. Eenmaal door de zware securitycheck – tassen worden ondersteboven gekeerd, metaaldetectoren komen tevoorschijn – staat een grote stand te wachten waar je Overwatch-poppetjes, posters en officiële shirts van de deelnemende landen kunt kopen. De tenues gaan voor zestig euro over de toonbank. De voorraad Franse shirts was in twintig minuten op, vertelt de Blizzard-man als we elkaar weer kunnen verstaan. Oranje shirts zijn er nog in overvloed.

Ik moet je eerlijk zeggen: tot afgelopen weekend wist ik heel weinig over Overwatch. Het is een kleurrijke shooter, je speelt het online tegen elkaar en het is ontzettend populair – zo ver kwam ik.

Als ik deze bekentenis doe in Parijs, vallen de mensen over elkaar heen om me te vertellen wat er gebeurt op de twee grote schermen in de zaal. Een Italiaan hangt over m’n schouder om uit te leggen dat wedstrijden bestaan uit vier of vijf rondes. Elk rondje is anders: waar je als team de ene keer een strategisch punt moet verdedigen, ben je het volgende een payload zo snel mogelijk van A naar B aan het vervoeren. Wie drie rondes wint, wint de wedstrijd.

“Als Nederland hier de kwartfinale haalt… dan wordt het ook populair in Nederland. Let maar op.”

Zonder getraind oog maar met een hoop vaderlandsliefde begint bij mij het kwartje te vallen als Nederland aan de beurt is. Oranje heeft er een dag eerder al twee wedstrijden op zitten, maar de wedstrijd tegen de Duitsers is de eerst die ik zie. Er gebeurt veel op het scherm, maar ik begrijp het: Oranje moet wit kapotmaken. En Oranje máákt wit kapot. Op deze regenachtige Parijse dag schrijven zes Hollandse jongens geschiedenis. Ze verslaan de Duitsers met 3-1 en liggen op koers om bij de eerste twee te eindigen; goed voor een plek in de halve finales in Los Angeles, begin november.

Als je goed zoekt, zie je hier en daar wat fans in Oranje-shirts. Zes in totaal, de ware patriotten. Een groepje van vier jonge dudes, twee in een oranje outfit, heeft een plekje bemachtigd recht voor het podium. Ze zijn voor het weekend naar Parijs gereisd. Het is hun eerste keer op een evenement als dit. “Het is écht vet,” schreeuwt één. Zijn vriend schreeuwt nog harder: “Dit is dé plek waar het gebeurt!”

Ze hebben gelijk. Iedereen die een beetje begaan is met Overwatch kijkt naar dit soort toernooien. Blizzard gooit er bakken met geld tegenaan om een professioneel toernooi neer te zetten. Dat Nederland op zo’n toernooi aanwezig is, is cruciaal, vertellen drie andere jongens in Oranje-shirts even verderop in de zaal. “Als Nederland hier de kwartfinale haalt… dan wordt het ook populair in Nederland. Let maar op.”

Ik moet denken aan voetbal, en aan hoe Nederland voetbal beleeft: samen. Bij een overwinning vallen wildvreemden elkaar in de armen, bij een verlies wordt samen getreurd. Fans die meereizen met het Nederlands elftal verspreiden zich als een Oranje-virus door een vreemd land.

In Parijs ontbreekt zulke saamhorigheid. De drie plukjes oranje in een blauw-wit-rode oceaan zoeken elkaar niet op. En Parijs mag dan het decor zijn van dit WK, toch zullen deze Nederlanders niet veel meekrijgen van de stad van de liefde. “Ja, heel misschien als we een uurtje over hebben gaan we ergens een biertje doen,” probeert één. (“ZUIPEN!”, brult zijn vriend awkward tussendoor, om even snel weer terug in zijn schulp te kruipen.)

Na de overwinning op Duitsland zie ik het aantal Oranje-shirts toenemen. Nederlanders die zich eerst nog in normale kleding durfden te vertonen, leggen uiteindelijk toch zestig euro neer voor een shirt. Wie wint, heeft vrienden. Er staat nu wat op het spel: nog één overwinning tegen de Britten en we gaan naar Los Angeles. “Dat is de droom,” legt een Nederlandse jongen uit. Zou hij meegaan als het lukt? “Ik zou niets liever willen… maar dat is wel een hele dure droom.”

Maar we gaan niet naar Los Angeles. De Britten zijn genadeloos en verbrijzelen Nederland met 4-0. Een kansloze exercitie, opper ik tegen een jongen die met zijn moeder naar Parijs is afgereisd. “Ík vond het goed gaan, ook aan het einde,” krijg ik terug. In mijn ooghoek zie ik een van de Nederlanders die ik eerder heb gesproken de Britten een staande ovatie geven.

De e-sporters zelf zijn minder positief. Ergens backstage zit ik tegenover Ryan ‘CrusaDe’ van Wegen en Thomas ‘Morte’” Kerbusch – de één speler, de ander bondscoach. Hoewel er op dat moment nog één wedstrijd te gaan is (tegen Polen, die Nederland uiteindelijk met 4-0 zal winnen), is de tweede plek niet meer bereikbaar. “Wat overheerst is sadness,” treurt Van Wegen. “We waren zo close.”

Het waren de zenuwen die Nederland de das omdeden, daar zijn de twee het over eens. Te veel ontzag voor de Britten, waarvan twee spelers in de Overwatch League – het allerhoogste niveau, de Champions League zeg maar – actief zijn. Het Nederlandse zestal bestaat voor de helft uit jonge spelers met weinig toernooi-ervaring. Amateurs, eigenlijk. “Ik heb wel geprobeerd de nieuwe spelers zoveel mogelijk zelfvertrouwen bij te praten,” zegt coach Kerbusch. “Als we ons eigen spel hadden gespeeld, hadden we hier kunnen winnen.”

De fans lijkt het niet te deren. Na de wedstrijd worden de spelers omcirkeld door oranje. Ze komen voor een foto en een handtekening, vertelt Van Wegen. “Fans reizen hierheen om je te zien, om Nederland te steunen. Dat is supertof, je representeert je land hier.” Inmiddels weer met een glimlach: “Ik denk dat veel mensen in onze schoenen willen staan.”

En daar ligt volgens mij de oplossing van het populariteitsprobleem van e-sports. Juichen voor een landenteam is makkelijker – dat heb ik in Parijs zelf gemerkt – maar een nationale ploeg wordt pas populair als er gewonnen wordt. Het is een cirkel. Om e-sports te gaan waarderen hebben we helden nodig, maar helden krijgen we pas als iedereen speelt. En iedereen gaat spelen als Nederland succes heeft.

Misschien zijn Van Wegen en zijn teamgenoot Jeffrey ‘Vizility’ de Vries wel de Nederlandse sterren die Overwatch nodig heeft. De twee speelden zo goed dit WK, dat ze waarschijnlijk opgepikt worden door topteams en volgend seizoen beiden in de Overwatch League te bewonderen zijn. Misschien zijn zij de idolen om tegenop te kijken als Oranje volgend jaar wel de finales haalt. Namen die je in de kroeg kunt noemen zonder aangestaard te worden alsof je zojuist bent begonnen over de intense smaak van je pisbasilicum.

Ik heb altijd moeite gehad met begrijpen waarom mensen kijken naar mensen die gamen. Maar een WK meemaken, een landenteam supporten – het maakt het makkelijker om enthousiast te worden voor iets waar ik voor dit weekend weinig van wist. Misschien volgend jaar. Hebben we het er weken later over bij de koffieautomaat: waar was jij toen we de Duitsers versloegen?

Volg Motherboard op Facebook, Twitter en Flipboard.