Hoe het Nederlandse onderwijs afhankelijk wordt van Google

Al die Chromebooks op scholen zijn helemaal oké, maar laten we niet doen alsof het liefdadigheid van Google is.

|
14 september 2018, 12:51pm

Afbeelding via Wikimedia


De komende tijd lees je op VICE alles over studieschuld, stress, en de vraag of studeren nog de moeite waard is. Lees alle verhalen uit de VICE Student Guide hier.

Het is feest op 22 juni in het dorpshuis in Foxhol (Gemeente Groningen. Inwoners: 1051). De gelegenheid: het plaatselijke basisonderwijs krijgt 65 nieuwe Chromebooks. Schoolleider Hannah Blom van de W.A. Scholtenschool pakt onder luid gejoel van de 92 scholieren een Chromebook uit. Buiten staan een springkussen en een ijskraam. Binnen is er koffie en gebak.

“Jullie hoeven straks niet meer uit boeken te leren, maar via een computer,” vertelt Henk Brons aan het opgewekte publiek. Brons is de voorzitter van het Werkgroep Dorpsbeheer Foxhol (WDF) dat de laptops aan de school heeft gedoneerd. “We kunnen hiermee onderwijs op maat bieden. Onderwijs van deze tijd.”

De W.A. Scholtenschool in Foxhol kan zich met hun nieuwe laptops onder een groeiend aantal Nederlandse onderwijsinstellingen scharen die (compleet) gebruik maken van de Chromebook-laptop van Google. iPad-scholen zijn passé en om met de woorden van Brons te spreken: de Chromebook is het “onderwijs van deze tijd”. Doordat de Chromebook goed op weg om het standaardplatform voor educatie in Nederland te worden, neemt de invloed van Google op educatie alsmaar toe. Maar is het wenselijk dat een techbedrijf uit Amerika een grote vinger in de pap van het Nederlands onderwijs heeft?

Wereldwijd gebruiken al 70 miljoen leerlingen en studenten Chrome OS (het besturingssysteem dat op de Chromebook staat) en Google for Education. Daarmee is het veel succesvoller dan concurrenten Apple en Microsoft, de andere twee uitdagers in de strijd om het standaardplatform voor educatie te worden. In Amerika maakt al zestig procent van alle onderwijsinstellingen gebruik van de Google-laptop. Loes Jacobs van Lewis, het pr-bureau van Google, bevestigt per mail dat ook in Nederland het aantal Chromebooks toeneemt. Concrete cijfers heeft ze niet.

De drempel voor scholen om voor de Chromebooks te kiezen is laag. De laptop is speciaal voor onderwijs ontworpen. Hij is goedkoper dan een pc of Mac, eenvoudiger in gebruik en hij start snel op. De kosten voor onderhoud en trainingen voor leraren zijn ook niet zo hoog. Leerlingen werken op een Chromebook in de cloud, waardoor ze in realtime kunnen samenwerken en alles automatisch wordt opgeslagen. De online educatiesoftware van Google is voor scholen ook nog eens gratis te gebruiken.

En scholen zijn over het algemeen lovend. Koen Steeman, basisschoolleraar bij ‘t Startblok in Cuijk en ICT-docent aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen vertelt mij over de telefoon dat het gebruiksgemak simpelweg heel hoog ligt. “Tot een paar jaar terug gebruikten we nog normale pc’s. Het was onhandig dat het vaak wel drie minuten duurde om ze op te starten, want een basisschoolklas heeft soms weinig geduld. Maar een Chromebook is in 10 seconden opgestart.”

“Het grootste punt van zorg is niet de data die Google van studenten verzamelt, maar de langetermijnconsequenties voor kinderen die leren om kritiekloos data aan Google te geven.”

Collega-docent Mike Beker beaamt dit. “Het werkt echt perfect. Het is ideaal. De negen scholen die bij onze stichting zijn aangesloten, maken als het goed is nu allemaal gebruik van Chromebooks.” Het werk van de leerlingen en leraar, allemaal op één gemakkelijk, goedkoop en toegankelijk platform.

De Chromebook is op elk niveau van het Nederlands onderwijs te vinden; van basis- en middelbaar tot hoger onderwijs. Op universiteiten bijvoorbeeld wordt de laptop vooral gebruikt om tentamens mee af te nemen. De Universiteit van Utrecht had in 2015 als eerste onderwijsinstelling van Nederland een permanente, digitale toetsvoorziening met 300 Chromebooks. Twee jaar later maakten 700 Utrechtse rechtenstudenten tegelijk een tentamen op een Chromebook – een recordaantal in Nederland. De Radboud Universiteit toetst sinds eind 2017 met 576 Chromebooks. De Universiteit Twente overweegt na een succesvolle proef er nog eens 150 aan te schaffen.

Maar er zitten heel wat haken en ogen aan deze ontwikkeling. Je bent om te beginnen een ‘klant voor het leven.’ Want als je niet betaalt voor een online dienst van een gigantisch tech-bedrijf, dan neem je geen product af; dan ben je het product.

Traditionele partijen op de educatiemarkt zoals SURFnet (non-profit organisatie voor ICT voor hoger onderwijs) en ThiemeMeulenhoff (een uitgever van leermiddelen) verschillen in essentie wezenlijk van Google. SURFnet of ThiemeMeulenhoff proberen bijvoorbeeld hun gebruikers bijvoorbeeld geen consument voor het leven te maken. Google heeft deze intentie wel. Ook hebben ze sterke interesse om de werknemer van de toekomst in Google-programma’s te trainen – Google als onderdeel van elke belangrijke levensfase.

Door de Chromebook een integraal onderdeel te maken van het onderwijs, verplichten scholen in Nederland dus dat jonge kinderen een Google-account (en soms een Chromebook) moeten hebben. Dat zorgt ervoor je niet meer aan die vorm van onderwijs kan meedoen als je géén account hebt bij een internationaal tech-bedrijf. En als je dat als ouder of kind niet wilt, is er weinig aan te doen, behalve dan de dramatische beslissing om het kind op een andere school te plaatsen.

De Electronic Frontier Foundation (EFF), een Amerikaanse stichting voor online burgerrechten, haalt op hun website het voorbeeld aan van de Amerikaanse Jeff W., wiens dochter in groep drie een Chromebook kreeg. Jeff wist de school ervan te overtuigen dat zijn dochter een andere laptop mocht gebruiken. Ook voor groep vier kreeg hij het – met grote moeite en inmenging van de EFF – voor elkaar dat zijn dochter lessen kon volgen op een andere laptop. De school liet weten geen uitzondering meer te maken in groep vijf en dat deelname zonder Chromebook onmogelijk zou zijn.

“Als puntje bij paaltje komt is Google een advertentiebedrijf,” legt Jeff W. uit aan Rainey Reitman van EFF. “Ze verkopen reclame en tracken de informatie van mensen. En we zijn niet comfortabel met het idee dat onze dochter wordt gedwongen om hier op jonge leeftijd aan mee te doen. Als ze nog niet beter weet.”

Google bouwt door Chromebooks in het onderwijs te normaliseren aan een sterke en positieve merkrelatie met kinderen en jongvolwassen.

“Het grootste punt van zorg voor Jeff is niet de data die Google van studenten verzamelt,” schrijft Reitman in gesprek met Jeff op de website van EFF. “Het zijn de langetermijnconsequenties voor kinderen die leren om kritiekloos data aan Google te geven. Hierdoor wordt het voor de volgende generatie genormaliseerd dat de digitale wereld per definitie minder privé is en op bedrijfseigen software gebouwd is.”

“Je loopt als kind een groot deel van het onderwijs mis als je niet mee wilt doen met een Google-account of Chromebook,” erkent Steeman. Volgens Steeman en Beker hebben er nog nooit ouders bij hen aangeklopt die niet willen dat hun kind al op jonge leeftijd een Google-account krijgt.

Ook Google ziet geen problemen. “Het is belangrijk om te onthouden dat Google enkel een dataverwerker is, geen eigenaar van de data. De G Suite for Education core services zijn verder geheel advertentievrij,” vertelt Jacobs van het pr-bureau van Google.

Ze vervolgt: “Het feit dat Google scholen gratis toegang geeft tot de G Suite for Education, terwijl het zorg draagt voor de privacy van leerlingen en in lijn is met de richtlijnen van de AVG, maakt dat ICT in het onderwijs breed toegankelijk is, onafhankelijk van de financiële situatie van een school. En dat is in mijn ogen een positieve ontwikkeling.”

Wat Jacobs hierbij niet vermeldt, is dat Google zo ook haar kleinste consumenten al van jongs af aan leert kennen. Het Google-account dat kinderen op school krijgen – en dat noodzakelijk is om de Chromebooks te gebruiken – kunnen ze ook gewoon buiten school gebruiken. Google Classroom heeft wellicht geen advertenties en mag geen data opslaan in de leeromgeving – nu nog niet – maar een Google-account houdt niet op in het klaslokaal. Thuis kan een kind met hetzelfde account ook goed gebruikmaken van de zoekmachine of YouTube. Die datastromen kun je niet los van elkaar zien, want Google doet dat ook niet.

Het is een teken van deze tijd dat deze ontwikkelingen voelen als onstopbaar.

Google bouwt door Chromebooks in het onderwijs te normaliseren aan een sterke en positieve merkrelatie met kinderen en jongvolwassen. Kinderen leren zo van jongs af aan dat Google een vaste waarde is in hun leven, die je kunt vertrouwen met je gegevens. Een huiswerkopdracht in Google Classroom is namelijk niet alleen handig, het is ook reclame voor het tech-bedrijf. Wanneer een jongvolwassene in Nederland van school komt, heeft Google hem als platform bijgestaan van de basisschool tot het hoger onderwijs en heeft hij waarschijnlijk weinig motivatie om ooit nog een ander platform te gebruiken.

En als een school voor de Chromebook kiest, betekent dat de school ook enkel gebruik kan maken van softwarepakketten die er op werken. Een Chromebook kan immers geen programma’s downloaden en moet alles online doen. Door druk van leraren, is er sinds begin 2018 nu ook een web-based versie van de CITO-toets.

Het is een teken van deze tijd dat deze ontwikkelingen voelen als onstopbaar. Ik merk dat ook in de reacties van de leraren.

“Het probleem is: er is geen goed alternatief dat zo goed en gemakkelijk werkt als Chrome OS,” zegt Steeman als ik hem vraag of het wenselijk is dat Google het standaardplatform in het onderwijs aan het worden is. “Maar wat ik nog belangrijkere overweging vind, is dat kinderen toch wel aanraking met Google komen. Is het niet op de basisschool, dan is het wel daarbuiten of daarna. In de klas kunnen we ze tenminste wijzen op de gevaren en ze er goed mee leren omgaan.”

Beker sluit zich hierbij aan. “Ze maken een goed platform, dat hartstikke goed werkt en gebruiksvriendelijk is. Ze hebben overal een vinger in de pap. Waarom dan niet in het onderwijs?”

José van Dijck, mediawetenschapper en hoofd van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, zegt in een podcast met Kennisnet, daarover het volgende: “De leeromgeving van kinderen is geen publieke ruimte meer. Het is een economische ruimte, die door Google vorm wordt gegeven.”

Van Dijck schreef het boek De Platformsamenleving samen met Martijn de Waal en Thomas Poell over de strijd van publieke waarde in een online wereld.

Lees hier: We spraken José van Dijck twee jaren geleden over digitalisering in het onderwijs

“Het is niet zo dat personalisering of digitalisering van het onderwijs slecht is. Integendeel. Ik ben een enorme voorstander van het gebruiken van technologie om leerprestaties van leerlingen te verbeteren. Mijn grote vragen zijn: wie is eigenaar van die datastromen, hebben we voldoende controle, kunnen we zorgen dat de privacy van kinderen voldoende wordt bewaakt? Ik vind dat scholen en de nationale overheid zich die vragen van tevoren moeten stellen, zodat het een bewuste keus wordt en niet iets dat je overvalt."

Deze vragen worden nu dus nog onvoldoende gesteld, en dat is misschien nog wel het meest fundamentele probleem: dat er zo weinig over gepraat wordt. Want deze discussie is wel hard nodig. Leerlingen, ouders en scholen moeten worden opgenomen in een grote Google-omgeving, alleen praten ze nauwelijks mee over hoe die omgeving er uit moet komen te zien.

Volg Motherboard op Facebook, Twitter en Flipboard.