Waarom is hartkanker eigenlijk niet echt een ding?

Er bestaat voor elk lichaamsdeel wel een kanker. Maar waarom dan niet voor het hart?

|
mei 31 2016, 10:05am

Beeld: Smit/Shutterstock

Het lijkt alsof er voor elk lichaamsdeel wel een kanker bestaat: hersenkanker, leverkanker, borstkanker, alvleesklierkanker, botkanker, bloedkanker, huidkanker. Hartkanker? Wacht..

Je hebt waarschijnlijk nog nooit van hartkanker gehoord, maar toch bestaat het – onder de naam rhabdomyosarcoom. En met het 'bestaan' bedoel ik dat het in ieder geval al een keer is voorgekomen en dat het dus niet niet bestaat. De Mayo Clinic schat dat er ongeveer een geval per jaar wordt gediagnosticeerd.

Deze extreme zeldzame gevallen van hartkanker zijn eigenlijk altijd uitzaaiingen van kanker elders in het lichaam. Kanker dat ontstaat in de longen kan uitzaaien naar het hart of naar de beschermende pericardiale zak om het hart heen.

Maar toch is het onwaarschijnlijk dat dat gebeurt.

Kanker en hartaandoeningen zijn twee voorname doodsoorzaken in onze tijd, maar het lijkt bijna alsof ze een pact hebben gesloten. Wat maakt het hart zo immuun voor kanker?

Het antwoord ligt verborgen in de cardiomyocyt, het meest voorkomende celtype van het hart. Myocyten zijn, grof gezegd, spiercellen en dat maakt hen zo anders dan celtypen in andere organen – het hart is vooral een klomp spier.

Hartspiercellen zijn cellen die niet oneindig doorgaan met delen. Het Amerikaanse kankerinstituut legt dit uit: "Deze cellen bereiken in een vroeg stadium van ons leven het einde van hun celdelingscyclus, waarna ze stoppen met delen. De groei van het hart die daarna nog plaatsvindt, heeft te maken de toename in grootte van de cellen, niet met de toename in het aantal cellen. Dit is anders bij de epitheelcellen die de andere organen in het lichaam omvatten. Die blijven als reactie op bepaalde stimuli actief delen en kunnen wanneer nodig sterk in aantal toenemen."

Het probleem van kanker is ongecontroleerde celdeling, Genetische mutaties die zich opstapelen in cellen kunnen op een gegeven moment buitensporige celdeling veroorzaken. Hierdoor kan er vervolgens een tumor ontstaan, die mogelijk kwaadaardig wordt en zich met uitzaaiingen verspreid over andere weefsels. Uiteindelijk kunnen er bijna overal in het lichaam kankercellen voorkomen, waardoor ze hun buitensporige reproductiemechanisme ook bij andere cellen introduceren.

Maar hartcellen zijn helemaal niet meer geïnteresseerd in celdeling. Of liever gezegd, na een bepaalde periode op jonge leeftijd verliezen de hartcellen het vermogen om DNA te synthetiseren. Dus dan kunnen ze geen kopieën meer van zichzelf produceren. Dit betekent ook dat ze ook geen kopieën kunnen maken van leipe disfunctionele cellen.

Het resultaat blijkt een wrede paradoxale situatie. Kanker is de op een na meest voorkomende doodsoorzaak in Nederland. Hartziektes veroorzaken maar een stuk of tienduizend meer doden. Een groot deel van het probleem kan toegekend worden aan de eigenschappen van hartcellen die ik net heb beschreven. Hartcellen reproduceren zich niet.

De neerwaartse spiraal van hartziektes begint doorgaans bij een hartaanval, waarbij het bloed in een deel van het hart zo lang is geblokkeerd dat de cellen in dat deel doodgaan. Die dode cellen worden vervolgens niet vervangen door nieuwe functionerende hartcellen, maar een waardeloos stuk littekenweefsel. Om te compenseren voor dit verlies van spierweefsel, moet het andere deel van het hart harder werken. Daarom volgt vaak snel een volgende hartaanval, met meer littekenweefsel als gevolg. Uiteindelijk zal er van het hart vooral een klomp littekenweefsel overblijven, en is het einde nabij.

Dus het mechanisme dat ons beschermt tegen hartkanker, is tegelijk het mechanisme dat ons vatbaar maakt voor hartziektes. Wat een poëzie. (Om deze reden vind je tegenwoordig veel onderzoek dat hartcellen probeert aan te sporen om te delen, wat een interessante twist kan geven).

Hersenkanker komt meer voor dan hartkanker, hoewel neuronen ook niet eeuwig blijven reproduceren. De achterliggende reden heeft te maken met het feit dat slechts ongeveer de helft van de hersencellen uit neuronen bestaat, en de andere helft uit zogenaamde gliacellen. Gliacellen hebben verschillende ondersteunende rollen in de hersenen, maar zijn niet betrokken bij informatieverwerking. Gliacellen blijven zich ons hele leven delen, waardoor ze een primair doelwit vormen voor kanker. Hartcellen daarentegen zijn wat meer op zichzelf gericht.