Afbeelding via Getty Images

Het is hoog tijd dat we tijdens het avondeten over gentech gaan praten

Het kan niet zo zijn dat CRISPR al op mensen wordt toegepast, maar het grote publiek er niks van weet.

|
19 juli 2018, 9:18am

Afbeelding via Getty Images

In maart 2017 maakten Chinese wetenschappers bekend dat ze voor het eerst succesvol de genen van menselijke embryo’s hadden bewerkt. Bij een van de embryo’s slaagden ze er zelfs in om een genetische mutatie volledig te genezen. Nu we daadwerkelijk technologie kunnen gebruiken om het menselijk lichaam te modificeren, staan we voor een belangrijke vraag: In welke gevallen mogen we CRISPR-technologie (een manier om DNA aan te passen) inzetten om levens te redden, en waar trekken we de grens?

Deze beslissing zou niet enkel aan een aantal hoge piefen overgelaten moeten worden. CRISPR zou namelijk wel eens het grootste en belangrijkste wetenschappelijk experiment van deze tijd kunnen zijn. Het biedt ons de kans om genetische aandoeningen te genezen, het laat ons planten bestendig maken tegen ziektes zodat we meer monden kunnen voeden, en het verandert onze algehele kijk op het menselijk lichaam. Als deze technologie eenmaal volop gebruik wordt, zullen je genen je lot niet langer bepalen. Zo zal het stichten van een gezin bijvoorbeeld een compleet nieuwe ervaring worden.

Hoe wij, als normale mensen, met CRISPR besluiten om te gaan, zal de toekomst van de mensheid dus vrij letterlijk een nieuwe richting op kunnen sturen. Gelukkig is dit het perfecte moment om de dialoog over deze bijzondere technologie aan te gaan.

Er is veel onenigheid over hoever we met CRISPR zouden moeten gaan. Aan de ene kant zeggen voorstanders dat het ons kan helpen om genetische aandoeningen en verschrikkelijke ziektes (zoals sikkelcelanemie en taaislijmziekte) uit de weg te ruimen. Aan de andere kant zijn sceptici bang dat het gevaarlijk is om verandering aan te brengen in de genen die we hebben geërfd en doorgeven aan onze kinderen. Spelen met de genen die onze soort maken tot wie we zijn, is een gevaarlijke manier om ‘voor God te spelen’. Volgens velen zouden we daarom niet moeten knoeien met de natuur.

De laatste tijd is er ook meer onderzoek dat de effectiviteit van CRISPR in twijfel trekt. Zo werd in twee recente onderzoeken in Nature Medicine gevonden dat cellen die met de techniek aangepast waren vaak mechanismen missen die moeten beschermen tegen kanker. En in een ander onderzoek in Nature Biotechnology werd gevonden dat er soms grotere stukken DNA werden verwijderd dan eigenlijk de bedoeling was.

Wetenschappers en wetgevers worstelen ook met de vraag hoe en of we CRISPR moeten reguleren. Maar hun kijk erop blijft, net als de houding van de rest van het volk, constant veranderen. In 2015 waren de Verenigde Naties nog tegen het modificeren van menselijke embryo’s. Maar nu wetenschappers grensverleggend onderzoek doen en mensen de technologie beter beginnen te begrijpen, worden deze regels wereldwijd langzaamaan een stuk soepeler.

Veel mensen zijn nog steeds vrij bang voor biohacking, zelfs al zou het hun levens kunnen verbeteren. De rest van de wereld duikt daarentegen steeds verder in het grijze gebied. Bio-ethicus Silvia Camporesi en haar collega’s voerden vorig jaar een enquête uit om de publieke opinie over de technologie te meten. “Ik denk niet dat iemand deze ontwikkelingen nu nog kan stoppen,” zegt een anonieme deelnemer. “De regulering ervan zal niet overal ter wereld hetzelfde zijn. Het zal heel lastig worden om zoiets wereldwijd door te voeren.”

Menselijke embryonale stamcellen. Afbeelding: Ryddragyn/Wikimedia

Wetenschappers nemen maar al te graag deel aan dit gesprek, maar ze begrijpen ook dat het volk inspraak wil hebben in de discussie rond CRISPR. Emmanuelle Charpentier, die samen met Jennifer Doudna het CRISPR-mechanisme (een afweersysteem in bacteriën) tot een technologie ontwikkelde, zegt ook dat het van cruciaal belang is om burgers om hun mening te vragen.

“We zouden het kunnen gebruiken om directe behandelingen te ontwikkelen,” zei ze tijdens de American Association for the Advancement of Science conference in februari. Maar dat zou volgens haar onmogelijk zijn als het niet duidelijk is wat mensen überhaupt accepteren op dit gebied.

George Church, een geneticus aan Harvard University wiens laboratorium CRISPR-toepassingen ontwikkelt, legt uit dat de technologie inmiddels al veel preciezer is dan een aantal jaar geleden. Als meer mensen weten dat het veilig is om genen te bewerken, zouden ze er volgens hem eerder voor openstaan. “Voorzorg hoeft niet uit te draaien op een verbod,” zei hij tijdens een conferentie in Boston in Amerika.

Om meer mensen te bereiken, zullen wetenschappers er alles aan moeten doen om de dialoog met het publiek aan te gaan. Ze moeten het opnemen tegen populaire cultuur; in films en series wordt genetische manipulatie meestal afgeschilderd als iets waar we bang voor moeten zijn. Neem bijvoorbeeld deze serie, waarin Jennifer Lopez het opneemt tegen bioterrorisme dat gebruikmaakt van CRISPR.

Daarnaast zijn er ze juridische en wettelijke obstakels bij het bewerken van menselijke embryo’s. Zo worstelen landen als de Verenigde Staten bijvoorbeeld nog steeds met de invloed van de anti-abortusideologie (die ook het huidige beleid rond stamcelonderzoek sterk heeft beïnvloed). Om nog maar te zwijgen over de rol van grote bedrijven, die hier miljarden mee willen verdienen en er zo hun eigen agenda op nahouden.

“We hebben meer vertrouwen in onze voorouders, dan in wetenschappelijke berekeningen,” grapte Church.

Er moet nog veel gebeuren voor de rest van het grote publiek daadwerkelijk belang zal hebben bij het gebruik van CRISPR-technologie. Als we niet oppassen, kan ook deze dialoog dezelfde richting op gaan als het gesprek rond klimaatverandering en stamcelonderzoek – twee dingen die nog steeds vaak verkeerd begrepen worden.

Maar als we in staat zijn mensen er goed over te informeren, kan dit nieuwe onderzoek de weg banen voor een geheel nieuw wetenschappelijk proces waarbij de mensheid op de eerste plaats komt.

Volg Motherboard op Facebook, Twitter en Flipboard.