Quantcast

Het was kwart over elf in de zondagochtend

Een kort scifiverhaal van Pepijn Lanen.

Pepijn Lanen

Het was kwart over elf in de zondagochtend. Reuze robot en beschermer van het volk Battleman Gnocci zat met wat bevriende reuze robots en medebeschermers van het volk in een riant appartement ergens vlakbij de oude ring van Amsterdam.

Battleman had zijn robotlaarzen niet aan maar wel een gekke zonnebril op. Het gezelschap was nog grotendeels hetzelfde als waarmee ze gistermiddag naar een voetbal-wedstrijd van FC KK Grote Robot waren geweest, een wedstrijd die door het door hen aangehangen team op grandioze wijze verloren was. Daarna waren ze natuurlijk naar het Nieuwe Leidseplein getrokken om de boel eens volledig uit te hand te laten lopen. De boog kan immers niet altijd gespannen staan.

In eerste instantie had Battleman zich voorgenomen om het bij een paar biertjes te houden maar al snel was Robot Erik met shotjes tequila aan komen zetten en toen was het een kwestie van af tellen naar totale destructie. Robot Erik hield er altijd wel van om de boel een paar versnelling de hoogte in te sturen, en steevast wanneer Battleman Gnocci met hem de hort op was ontaarde het in chaos en vernieling.

Het was dan ook met deze kennis in het achterhoofd dat Battleman toen Robot Erik hem belde en vroeg of hij om zijn verjaardag te vieren meeging naar de wedstrijd in eerste instantie had geprobeerd te boot af te houden.

Battleman had zin om in zijn eentje een boek te lezen. Hij hield heus wel van een drankje en een slokje en een neusje van het een of het ander, maar hij wist ook maar al te goed wat daar de gevolgen van waren en daarbij dat hij als de trein eenmaal vertrokken was vaak veranderde in een totale mongool waar geen land meer mee te bezeilen was en dat daar vaak trammelant van kwam waar hij dan achteraf zo'n spijt van had dat hij een week lang van schaamte haast niet in de spiegel durfde te kijken. Plus, wat deed zijn bouwjaar en de dag waarop hij uit door de professor in elkaar gezet was er eigenlijk toe. Hij was van titanium. Maar Robot Erik liet zich niet zomaar een 'nee' verkopen. Het robotkind dat hij samen met zijn huis AI had laten produceren was sinds enkele weken actief en Robot Erik werd knettergek in zijn eigen huis en hij kon wel een verzetje gebruiken. En zo geschiedde. Na de tequila was het inderdaad allemaal wat sneller gegaan met de avond en zoals een en een twee is volgde er op de ene zuid-amerikaanse lekkernij de andere.

Al snuivend waren de robots naar een clubcotheek vertrokken waar Robot erik Battleman een buisje toe had gediend en Battleman vervolgens dansend voor zijn leven op de dansvloer had doorgebracht. Dansen was het eigenlijk nauwelijks te noemen; het zag er uit alsof hij kort aan het sluiten was en de menselijke bezoekers waren dan ook doodsbang.


Toen het bijna sluitingstijd was Battleman meegevoerd naar de after in de buitenwijk waar jonge robot-ouders wonen die net robot-kinderen hebben gekregen. Robot Erik was er toen al tussen uit geknepen om zich nog snel even tegen betaling door een mensenhand af te laten trekken alvorens weer naar vrouw en kind te verdwijnen alsof er nooit iets gebeurd was maar dat was allemaal ruimschoots langs Battleman heen gegaan. En nu was het de ochtend van de volgende morgen en voelde hij zich wonderwel. Hij kon zich vaag herinneren dat hij had staan zoenen met Robot Etiënne waar hij nu een sigaretje mee aan het delen was maar dat vond hij eigenlijk ook wel best ook. "We zijn toch allemaal gigantische robots." Dacht hij bij zichzelf.