Het Estse e-inwonerschap uitgelegd door de Chief Information Officer van Estland

Estland demonstreert hoe overheden zouden moeten werken in onze digitale wereld.

|
01 juni 2016, 1:11pm

Taavi Kotka is de Chief Information Officer van Estland.

Afgelopen mei werd Manu Sporny de 10,000ste e-inwoner van Estland.

Sporny is oprichter en CEO van een digitaal betalingsbedrijf in de VS en heeft nog nooit een voet in Estland gezet. Desalniettemin hoorde hij over het e-inwonerschap en besloot hij dat het logisch zou zijn als zijn bedrijf een Europees hoofdkwartier daar zou hebben.

Mensen als Sporny zijn waarom Estland e-inwonerschap begon aan te bieden in december 2014. Met het programma kan iedereen ter wereld een digitale identiteit aanvragen, waarmee ze makkelijker toegang krijgen tot de Europese markt, een bankrekening kunnen openen, internationale betalingsdiensten mogen gebruiken, belastingaangifte kunnen doen en alle relevante digitale documenten op afstand kunnen ondertekenen.

Ik noem dit principe nu "Country as a Service."

Kotka. Beeld: Slush

Net als in de private sector, heeft de publieke sector de verantwoordelijkheid om burgers te behouden en nieuwe inwoners, ondernemingen en inkomstenbronnen aan te trekken om de economische toestand te verbeteren. Globale concurrentie tussen landen groeit echter en alles maar op de oude manier blijven doen zal geen resultaat opleveren.

Daarnaast beginnen grote landen de modellen te ontmantelen waar belastingparadijzen van profiteerden; een bedrijf mag en zou zich niet moeten onderhouden met fraude. Kleinere landen moeten vooral nieuwe manieren vinden om goed te gedijen.

Estland is zo'n land. Het heeft slechts 1.3 miljoen inwoners, die leven in een niet-per-se-gewild klimaat, verspreid over relatief veel land. Het is geen efficiënt model om een bankensector op te bouwen, of om alle overheidsdiensten in elk klein dorp te hebben. Na de onafhankelijkheidsverklaring van de Sovjetunie in 1991, zagen de private en publieke sectoren dan ook de noodzaak van een nieuwe vorm van overheid. Samen doken ze in het diepe en besloten ze Estland te veranderen in een natie die gebaseerd is op digitale oplossingen en dienstverlening.

25 jaar later heeft Estland een van de meest ontwikkelde digitale infrastructuren ter wereld. Digitale ondertekening maakt het ondertekenen van documenten moeiteloos. Belastingen doen kost online maar een paar minuten per jaar. Online stemmen maakt het makkelijk en efficiënt voor elke inwoner om mee te doen aan verkiezingen.

Estland heeft een van de meest ontwikkelde digitale infrastructuren ter wereld

Een van de meest essentiële onderdelen van een functionerende digitale maatschappij is een veilige digitale identiteit. De staat en de private sector moeten weten wie online diensten gebruiken. En aan de andere kant moeten burgers weten dat hun identiteit beschermd wordt.

Estland heeft de oplossing voor dit probleem gevonden. In 2002 begonnen we inwoners een verplichte ID-kaart te geven met een chip waarmee ze zich kunnen identificeren en documenten kunnen ondertekenen. Een digitale ondertekening staat al sinds 1999 wettelijk gelijk aan een handgeschreven ondertekening in de hele Europese Unie.

Met dit nieuwe digitale identiteitssysteem kan de staat niet alleen dienstbaar zijn in gebieden met weinig inwoners, maar ook voor alle vertrokken Estlanders. Estlanders overal ter wereld kunnen een connectie onderhouden met hun thuisland, bijdragen aan wettelijke procedures en zelfs meedoen aan verkiezingen. Toen de overheid eenmaal doorhad dat ze deze diensten wereldwijd kon opschalen, leek het logisch dat ze deze diensten ook zou aanbieden aan mensen die niet in Estland wonen. Dit betekent dat Estland als land waarde had als dienst, niet alleen als plek om te wonen.

Wat betekent "Country as a Service"?

Met de opkomst van het internet zien we steeds meer bedreven ondernemers die hun diensten in meerdere landen aanbieden, ongeacht hun fysieke locatie. Deze ondernemers en getalenteerde makers zijn uiteindelijk op zoek naar de makkelijkste manier om een legale, globale identiteit te onderhouden om wereldwijd handel te kunnen drijven. Ze kijken naar andere landen, niet omdat ze op zoek zijn naar een belastingparadijs, maar omdat ze geen bedrijf kunnen of mogen opzetten van hun overheid.

Het belangrijkste voor deze ondernemers is dat de creatie en het onderhoud van hun bedrijf makkelijk en efficiënt gaat. Het is ook belangrijk dat ze, ook al zijn ze gevestigd in een ander land, eerlijke belastingbetalers blijven in het land waar ze fysiek wonen. Dit is precies wat Estland aanbiedt – een locatie-onafhankelijke, gedoe-vrije en volledig digitale economische en financiële omgeving waaruit ondernemers hun bedrijf globaal kunnen opereren.

Waar betalen e-inwoners belasting?

Het principe van het OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development), dat door steeds meer landen wordt aangenomen, is dat "belasting betaald wordt waar waarde wordt gecreëerd." Een locatie-onafhankelijke ondernemer die een bedrijf opricht in Estland, maar woont in de VS, Frankrijk of Singapore, moet hun belasting aan dat land betalen.

Wat heeft Estland hier dan aan?

Hoe meer mensen en bedrijven bezig zijn met het Estlandse zakenleven, hoe meer klanten er zullen zijn voor Estlandse bedrijven.

Als een e-inwoner een bedrijf opricht, betekent dat dat het bedrijf de diensten zal gaan gebruiken die aangeboden worden door Estlandse bedrijven, zoals het opzetten van een bankrekening, het partneren met een betalingsdienst, assistentie van accountants en advocaten en zo voort. Hoe meer klanten worden gecreëerd voor Estlandse bedrijven, hoe meer groeipotentie er komt voor deze bedrijven, alsmede de Estlandse economie in het geheel.

Uiteindelijk zullen er meer inwoners buiten de grenzen wonen dan erbinnen

Estland heeft geleerd dat het ongelofelijk belangrijk is voor een kleine staat om vooral kleine bedrijven aan te trekken. Om dit voor elkaar te krijgen, moet een land procedures zo veel mogelijk automatiseren en digitaliseren. Het Estlandse model is bovendien locatie-onafhankelijk, waardoor het makkelijk kan schalen. Wij hopen dat we minimaal 10 miljoen digitale inwoners kunnen aantrekken op een manier die voor alle landen voordelig is.