De menselijkheid van de dood

Ik heb slecht nieuws voor je: je gaat dood. Waarschijnlijk.

|
21 april 2015, 4:01pm

​Ik heb slecht nieuws: je gaat dood. OK, waarschijnlijk dan, want dankzij een nieuwe golf aan innovatie op het gebied van onsterfelijkheid, blijf je misschien wel voor altijd leven.

Maar wat gebeurt er dan, wanneer we onze biologische lichamen inruilen voor technologische exemplaren die geen last hebben van de beperkingen van organisch DNA en de dood? Technologische evolutie biedt ons de mogelijkheid om ons los te maken van de dood en andere biologische beperkingen, waardoor we ons kunnen richten op vooruitgang als groep, in plaats van dat we verouderd raken en uiteindelijk doodgaan. Dit is waarschijnlijk iets goeds, maar het kan mogelijk ook iets heel erg slechts zijn.

Als je kinderen krijgt, zijn die niet hetzelfde als jij. Ze zijn een combinatie van jouw genetische informatie en die van je partner, waardoor de populatie als geheel diverser wordt. Zo werkt evolutie—het is niet zoals X-Men of Pokémon, waar individuen kunnen evolueren binnen hun leven. Evolutie werkt op een populatie en niet op individuen.

Voor mij is dit de grote tragedie van de evolutie. Het gebeurt niet voor ons, maar het gebeurt voor iedereen. En de enige manier waarop het process werkt, is door ieder van ons ooit een keer af te danken.

We zijn misschien in staat om te voorkomen dat we dood gaan, door onszelf met technologie te verbinden, in plaats van biologie. Maar gooien we dan niet het erg handige proces van de evolutie weg? Of zijn we in staat om onszelf mentaal te evolueren, zodat we niet blijven steken in de foute denkbeelden van het verleden? En zijn we in staat om onze samenleving, ideeën en persoonlijkheden te blijven verbeteren, zonder onze angst voor de dood? Gebaseerd op deze vragen kies ik de kant van de dood, die ook de kant van seks (een ander mogelijk slachtoffer van een overgang naar robotlichamen) blijkt te zijn.

Hoewel er veel voordelen zijn voor een samenleving met meerdere generaties, is het op een bepaald punt beter als de oude garde plaatsmaakt voor de nieuwe generatie. Als iedereen voor altijd blijft plakken, dan zou de genetische vooruitgang van de populatie stagneren. En bij evolutie leidt stagnatie vaak tot uitsterven.

Skip naar 8:28 voor een goede discussie over evolutie en uitsterven.

Dit is niet een foutje in de evolutie, maar het is een doelbewuste functie. Binnen je lichaam vermenigvuldigt je DNA zichzelf constant. Dit proces is niet perfect en gelukkig worden de meeste foutjes vanzelf gerepareerd. Binnen de genetische code is gedacht aan back-ups, wat betekent dat je vaak een adenine kan verwisselen met een guanine terwijl het stukje DNA precies hetzelfde blijft functioneren. Het is alsof we woorden met andere letters kunnen spellen en dat de lezers het dan nog steeds begrijpen.

Deze mutaties doen niet zoveel op de korte termijn. Maar zolang het slordige kopiëren doorgaat, zullen op termijn ernstige fouten ontstaan. En dan doet je DNA niet meer wat het moet doen.

Tegen de tijd dit bij een persoon gebeurt, zal die waarschijnlijk ofwel doodgaan, ofwel zichzelf niet meer voortplanten, waardoor zijn of haar genen uit de genenpoel verdwijnen. De jongeren, met hun intacte DNA, kunnen zich dan uitleven. Als die uitgerangeerde persoon zich toch blijft voortplanten, dan heeft dat negatieve gevolgen. En die zien we ook in de natuur terug.

Er zijn soorten hagedissen die zo zijn geëvolueerd dat er alleen nog maar vrouwtjes van bestaan. De meeste van deze soorten planten zich voor door het leggen van eitjes die genetisch gezien een exacte kopie zijn van zichzelf. De fouten die in het DNA van de moeder zitten, komen dus ook bij haar dochter terecht. Op die manier bewaart de soort alle genetische fouten van de voorgaande generaties. Hier bestaat een term voor: Muller's ratchet. De vergaarde fouten in het DNA over de generaties draaien de ratel (je weet wel, ​zo'n ding) telkens één klikje omhoog totdat het DNA van de nakomelingen zo veel fouten bevat dat de soort simpelweg niet meer levensvatbaar kan blijven.

Gelukkig bestaan er bij onze soort wel mannetjes. En dat is maar deels een grapje, want lange tijd was het bestaan van mannetjes een belangrijke vraag binnen de biologie. Waarom zou je de helft van je populatie verspillen aan mafketels die niet eens een volgende generatie kunnen baren? Dat lijkt een hoop verspilde energie.

We hebben dus een heel goed systeem van recombinatie en dood om de evolutie gaande te houden. En we staan op het punt om dat kapot te maken.

Het blijkt dat seks bestaat om de generische fouten weg te poetsen. Door het DNA van twee individuen met elkaar te combineren, worden een hoop fouten gewist en het geeft de nakomelingen een relatief schone lei. Het is alsof de de helft van een Jenga-toren omgooit hem weer opnieuw opbouwt met nieuwe stenen. (Voordat je het vraagt, een hoop asexuele eencelligen omzeilen dit probleem door DNA of RNA heen en weer uit te wisselen. Hierdoor ontstaat een horizontale genenoverdracht, in plaats van de verticale zoals wij hem kennen.)

We hebben dus een heel goed systeem van recombinatie en dood om de evolutie gaande te houden. En we staan op het punt om dat kapot te maken.

Technologische evolutie werkt niet op dezelfde manier. Ten eerste is technologische evolutie al sneller dan de biologische variant. Neem bijvoorbeeld de uitvinding van het vuur, die een half miljoen tot mogelijk een miljoen jaar geleden plaatsvond. Technologische innovatie tussen toen en nu heeft al gezorgd voor een veel grotere toename aan complexiteit dan 3,6 miljard jaar aan leven op aarde. De enorme toename in de levensverwachting van mensen, en alles wat daar nog bovenop komt, is grotendeels het gevolg van technologische innovatie—bijvoorbeeld op het gebied van medicijnen en landbouw—en niet het langzame process van de biologische evolutie.

Aubrey de Grey betoogt dat ouderdom een ziekte is die we kunnen genezen. Daarvoor zullen we wel een technologische vorm van evolutie moeten omarmen.

Een ander verschil tussen technologische evolutie en biologische evolutie is dat de meeste biologische organismen alleen gebruik kunnen maken van ofwel horizontale dan wel verticale genenoverdrachten. Technologie kan het op beide manieren, hoewel het idee van genetische overdracht wel een beetje vaag is wanneer het op technologie wordt toegepast. Voor mij betekent een genetische overdacht toegepast op technologie simpelweg een overdracht van nuttige informatie tussen individuen. Anders dan in de biologische wereld, kunnen deze overdachten foutloos zijn en zelfs doelbewust worden gemanipuleerd.

Wanneer ik een bestand kopieer van de ene map naar de andere, is de data nog exact hetzelfde als in het origineel. Maar als ik een nieuw bestand nodig heb om het een beetje anders te zeggen, dan open ik het kopietje en kan ik het veranderen, waardoor ik een vergelijkbaar maar toch nieuw stukje data creëer. Datzelfde gaat op voor hardware, lijkt me.

Binnen de technologie komen mutaties veel voor en uitsterving maar zelden, als we al van uitsterving kunnen spreken. Toegepast op technologie, zou ik van uitsterven spreken als de technologie niet langer op een functionele manier bestaat. Het mag nog wel fysiek bestaan, zoals een fossiel, maar het mag niet langer zijn toegewezen taak uitvoeren.

Laten we kijken naar de microcosmos van spelcomputers. Het begon allemaal met een paar rudimentaire systemen die zich snel ontwikkelden in de systemen die we ons kunnen herinneren, zoals de NES, die evolueerde in de Gameboy en de SNES, welke beiden aan het begin staan van evolutionaire paden die vandaag de dag nog doorgaan. De Gameboy, of een andere draagbare spelcomputer, zorgde ervoor dat iemand op het idee kwam om spelletjes op mobiele telefoons te zetten (een horizontale overdracht) en nu zijn spelletjes op smartphones nog wel groter dan spelcomputers zelf.

En is een van deze apparaten uitgestoven? Ik heb nog steeds een NES die werkt. Ik heb wel een adapter nodig om hem op mijn televisie aan te sluiten, maar ik zou een oudere televisie kunne kopen. In zijn boek What Technology Wants stelt Kevin Kelly dat technologie nooit uitsterft en dat je altijd alles uit de geschiedenis van technologie opnieuw kan maken—zelfs vuurstenen pijlpunten, die antropologiestudenten ieder semester in bosjes maken. Ik heb een vergelijkbare ervaring met het afstruinen van vlooienmarkten voor het vinden van adapters en batterijen voor lang achterhaalde mobieltjes.

Wat betekent dit voor ons? Ik hoop dat we onze geesten, de optelsom van onze ervaringen en ons bewustzijn, in ieder geval blijven behouden, maar misschien is dat ook slecht. Een donker geheim van de wetenschap is dat het oude mensen met oude ideeën laat sterven.

Door kinderen de nieuwste ideeën aan te leren als geaccepteerde waarheden in plaats van radicale opvattingen is zowel een ondermijnende als een effectieve manier om vooruitgang te boeken. Want een nieuwe generatie van denkers bouwt dan direct voort op nieuwe ideeën, in plaats van dat ze eerst al het oude opnieuw moet doen.


Maar wat als oude geesten met oude ideeën nooit doodgaan? Zullen we ooit een punt bereiken waar dat niet meer uitmaakt? Of misschien hebben tijdens al die jaren de defecte breinen van vlees en bloed ervoor gezorgd dat het collectieve denkvermogen van de mens zo eerlijk is gebleven.