Wetenschappers hebben eindelijk blauwvintonijn voor in onze sushi gekweekt

Het duurde 15 jaar voordat de vissen in gevangenschap groot wilden worden.

|
20 juni 2018, 1:06pm

Het is doodstil in de pasgebouwde tonijnfokkerij in het kleine kuststadje Mazzaron, in het zuidoosten van Spanje. En dat moet ook. Zo’n 100 jonge Atlantische blauwvintonijnen zo groot als een voetbal proberen zich hier namelijk aan te passen aan het leven in een aquarium van 22 bij 10 meter. Doorbreek de stilte, en de vissen zwemmen van schrik tegen de kant, waardoor ze hun eigen ruggengraat breken.

Dit is de manier waarop miljoenen blauwvinlarven in gevangenschap komen te overlijden, maar zulke botsingen komen minder vaak voor naarmate de vissen ouder worden. Toch is het ook het lot van een éénjarige blauwvin, op de ochtend dat ik de gigantische tanks in het Centro Oceanografico de Murcia bezoek. Het dier zwemt vol met z’n kop tegen de betonnen rand aan. Hij is meteen dood. “Dit is de eerste tonijn die is overleden in drie maanden,” vertelt doctor Fernando de la Gandara, de directeur van het centrum, me op geruststellende toon.

Een jonge Atlantische blauwvintonijn. Credit: Spaans Instituut voor Oceanografie

De leeftijdsgenoten van de overleden vis zwemmen in snelle rondjes door de tank. Ze doorkruisen hun nieuwe huis met efficiënte vinbewegingen die krachtig genoeg zouden zijn om ze ieder jaar naar Noorwegen en weer terug te laten zwemmen. Niet ver bij ons vandaan staan nog drie tanks. Ze zijn nu nog leeg, maar binnenkort zal er een nieuwe generatie gedomesticeerde blauwvinnen gaan wonen.

Al sinds 2003 probeert het Spaanse Instituut voor Oceanografie (IEO), dat het centrum beheert, dit sterke en veel beviste dier te domesticeren. Het IEO hoopt commerciële productie van de blauwvin mogelijk te maken, door de vissen te laten groeien van kleine eitjes tot gigantische roofdieren, waarna ze uiteindelijk als sappige reepjes sashimi op jouw bord bij de lokale sushizaak belanden.

Tot dusver komt het plan om tonijnen in gevangenschap groot te brengen maar langzaam van de grond en zijn er ontzettend veel tegenslagen geweest. Blauwvintonijnen zijn buitengewoon goede jagers en willen niet zonder slag of stoot in een aquarium leven. De volwassen vissen kunnen wel zo groot worden als een koe, anderhalve kilometer onder het oppervlak duiken om op eten te jagen, en ze leggen elk jaar duizenden kilometers af. Ze kunnen wel 40 jaar oud worden en zijn fenomenale zwemmers. En zelfs scheepsbouwkunden laten zich inspireren door hun hydrodynamische vorm. Zo accelereren ze sneller naar een snelheid van 70 per uur dan een sportwagen. Dat is natuurlijk vet, maar in een afgesloten ruimte omringd door betonnen muren, kan dit nogal dodelijke zijn. Fatale botsingen met het beton zijn één van de vele uitdagingen die bij het fokken van blauwvinnen komt kijken. Maar volgens het IEO en hun investeerders zijn alle moeite en kosten het uiteindelijk helemaal waard.

In deze tank in de nieuwe fokkerij van het Centro Oceanografico de Murcia zwemmen zo’n 100 éénjarige Atlantische blauwvintonijnen rond. Credit: Mark Mann

Omdat de hele wereld gek is op hun boterzachte vlees, zijn de vissen niet meer te betalen. Dit probleem is vooral merkbaar in Japan, waar wel 80 procent van de gevangen vissen uiteindelijk als sushi in de sojasaus gedoopt wordt. Door de populariteit van gerechten met blauwvintonijn zijn de vissen bijna uitgestorven. De groei van de industriële visserij vlak na de Tweede Wereldoorlog heeft de Atlantische blauwvinpopulatie laten kelderen tot maar 3 procent van het aantal vissen dat voor de jaren 50 rondzwom. De zuidelijke blauwvintonijn loopt ook gevaar. Vergeleken met de tijd voor de industriële visserij is er nog maar 13 procent van de populatie over. Hoewel er mensen zijn die aan deze cijfer twijfelen, blijven ze voorlopig op de lijst voor bedreigde diersoorten van de Internationale International Union for Conservation of Nature staan.

Voorstanders van het fokken van de blauwvin proberen de wilde tonijnen te beschermen tegen overbevissing, en hiermee kan er tegelijkertijd aan onze gigantische vraag naar hun vlees worden voldaan. Minder vis eten is dan niet nodig. Als deze fokkerijen een succes zijn, hoeven er geen quota meer te zijn. Dan is er alleen nog maar tonijn zoveel tonijn als we op kunnen – voor altijd.

“Daarom steunen instituten als de Europese Unie ons onderzoek naar hoe we blauwvintonijn uit eitjes kunnen laten groeien,” legt Gandara uit. “Er is nu eenmaal niet genoeg tonijn in de zee om aan de enorme vraag te voldoen.”

‘Ranching’ is een eenvoudigere manier om aan tonijnvlees te komen, die al sinds halverwege de jaren negentig wordt gebruikt. In plaats van tonijnen te domesticeren, worden ze bij ranching in het wild gevangen en vervolgens twee tot tien maanden lang vetgemest in kooien in de zee. Hierna worden ze door duikers met een harpoen door hun hoofd geschoten waardoor ze weinig stress ervaren en hun vlees beter blijft. blijft het vlees behouden. Kwekerijen zijn een beter alternatief, omdat er geen wilde dieren worden gebruikt.

Zowel ranching als het kweken van de tonijnen zijn dure manieren om aan vis te komen. Maar de gigantische (voornamelijk Japanse) vraag naar de vis heeft de prijs ervan tot zo’n 25 dollar per kilo doen stijgen. “Onze inspanningen om de vissen te kweken, zijn een reactie op de internationale markt,” zegt Gandara. “De Japanners betalen een fortuin voor de tonijn. Dankzij deze hoge prijs kunnen we het ons veroorloven om de vissen vet te mesten.”

Deze volwassen Atlantische blauwvintonijnen hebben de paaitijd bereikt in een kooi in de Middellandse Zee. Credit: Spaans Instituut voor Oceanografie

Omdat Japanners zo gigantisch veel tonijn eten, waren zij de eersten die probeerden de ‘productie’ van de vis (ofwel de levenscyclus) onder controle te krijgen. Dat deden ze met de Pacifische blauwvintonijn. Japanse wetenschappers zijn hun Spaanse collega’s dan ook ver voor in het fokken van de blauwvintonijn, al richten zij zich wel op een andere soort. In 2002 lukte het wetenschappers aan de Japanse Kindai Universiteit al de Pacifische blauwvin z’n hele levenscyclus te laten doorlopen – dat een tonijn die in gevangenschap geboren is weer eitjes legt. Inmiddels proberen Japanse bedrijven nog een stap verder te gaan, door de vissen op grote schaal te produceren – van eitjes tot sashimi.

De dieren een hele levenscyclus laten doorlopen is een behoorlijke mijlpaal. Het IEO lukte dit pas in juli 2016, na dertien jaar proberen. Helaas voor het IEO stierf het grootste deel uiteindelijk alsnog toen zes maanden nadat de eitjes waren gelegd de kooi door een grote storm werd vernietigd. Daarom laat het IEO hun tonijnen nu veilig binnen groot worden in hun nieuwe centrum dat in 2015 werd geopend.

Eitjes van de Atlantische blauwvintonijn. Credit: Spaans Instituut voor Oceanografie

Als je ziet hoeveel blauwvintonijnen er uiteindelijk overlijden, blijkt ook de kweek in een beschermde tank niet makkelijk te zijn. Slechts 0,5 tot 1 procent van de Atlantische blauwvintonijnen die in in het centrum geboren wordt, overleeft het larvestadium. Dat is veel minder dan bij andere gedomesticeerde vissen, zoals zalmen, maar veel meer dan er in het wild overleven. Eén blauwvintonijn kan miljoenen eitjes produceren in één paaiseizoen. Maar in de Middellandse Zee worden de meeste daarvan door hun grotere boers en zussen opgegeten.

Dit kannibalisme is een groot probleem voor babyblauwvinnen. Om te voorkomen dat de grotere visjes de kleinere opeten, halen de onderzoekers van het IEO ze vlak na het paaiseizoen met de hand uit elkaar. Ze moesten voorzichtig te werk gaan, aangezien de blauwvin in het larvestadium nog geen huid heeft en doodgaat als ze aangeraakt worden. De onderzoekers moesten dus kleine potjes en zachte netjes gebruiken om de vissen uit elkaar te halen.

Een van de belangrijkste onderdelen van het centrum in Mazzaron is de plek waar het voedsel voor de babytonijnen wordt geproduceerd. Oudere blauwvintonijnen eten aasvis, zoals haring en makreel, maar blauwvinlarven leven van plankton. Dit wordt door het IEO zelf gemaakt, net als de kleurrijke algen die op hun beurt weer als voedsel voor de plankton dienen. Wanneer de larven uitgroeien tot jonge visjes, beginnen ze de larven van andere vissen te eten. Deze worden ook op het terrein van de IEO gekweekt. Pas na drie jaar heeft de Atlantische blauwvintonijn het minimale gewicht van 40 kilo waarop hij verkocht kan worden.

De wetenschappers in het centrum groeien algen als voedsel voor de zoöplankton, die uiteindelijk door de tonijnlarven opgegeten wordt. Credit: Mark Mann.

Het Wereld Natuur Fonds, Ocean Wise en het SeaChoice-programma zijn allemaal tegen het eten van blauwvintonijn, ongeacht of ze gekweekt zijn of door middel van ranching grootgebracht zijn. Dit heeft te maken met hoeveelheid vis die wordt gebruikt als voer voor de tonijnen. In sommige gevallen is er wel 40 kilo aasvis, zoals haring of makreel, nodig om één kilo blauwvintonijn te produceren. Hierdoor komen nu overal ter wereld allerlei aasvissoorten steeds meer in gevaar. In 2016 maakte John Hopkins hier een documentaire over: Bluefin. Hierin laat hij zien dat tonijnen en andere grote vissen verhongeren voor de kust van Canada, doordat alle aasvissen in deze omgeving worden gebruikt voor de commerciële viskweek.

Om de immense hoeveelheid aasvis terug te dringen die nodig is om de tonijnen te kweken, wil het IEO een speciaal voermengsel ontwikkelen met daarin zowel vis als plantaardige ingrediënten. Ze denken dat de benodigde hoeveelheid aasvis hierdoor zelfs kleiner kan worden dan in het wild. Onderzoekers in Mexico gingen ze al voor, en wisten met een mengsel van plantaardig voer en vier kilo aasvis één kilo blauwvinvlees te produceren.

De echte kenners moeten er alleen niks van hebben. Zij weten dat de smaak van blauwvin afhankelijk is van wat de vis eet. Chef-kok Paco Garcia serveert uitsluitend blauwvintonijn in zijn chique restaurant Ponzano in Madrid tijdens het paaiseizoen, wanneer de wilde Atlantische tonijn in de Middellandse Zee zwemt. Als we een blauwvinsteak van 60 euro delen, vertelt hij me dat hij nooit gekweekte blauwvin zal kopen. “Geef mij maar wilde tonijn,” zegt hij. “Ze eten beter voer.”

Chef-kok Paco Garcia snijdt de Atlantische blauwvinsteak ter waarde van 60 euro in zijn restaurant Ponzano, in Madrid. Credit: Mark Mann

Het stuk tonijn dat tussen ons in ligt is lichtjes aangebraden en de binnenkant heeft een diepe paarse kleur. Nu het zo op het bord ligt, ziet het eruit als een long. Het vlees is dik en stevig, de smaak is zacht en subtiel. Het smaakt niet zo fantastisch dat ik overbevissing spontaan zou goedkeuren, maar het is een prima stukje vis.

Volg Motherboard op Facebook, Twitter en Flipboard.