In de toekomst gaan genetische gemanipuleerde mammoeten toendra's redden

Ze gaan fixen wat de mens kapot heeft gemaakt.

|
25 september 2017, 10:48am

Foto: Xavier Aaronson

Eén van de meer dan 8 miljoen dierensoorten op aarde speelt bijzonder bepalende rol voor het overleven van al de andere soorten. Door ecologische problemen zoals vervuiling, stroperij, verlies van natuurlijke habitat en wereldwijde klimaatverandering, heeft de mens bijgedragen tot een toestand waarin sommige diersoorten 1000 keer sneller uitsterven dan normaal. Sommigen noemen het de zesde massa-uitsterving.

Als je bedenkt hoe afhankelijk wij zijn van biodiversiteit, zie je in dat ook wij gevaar lopen. Dat is een wreed besef, maar veel wetenschappers denken dat als we deze problemen hebben veroorzaakt, we ze ook weer kunnen oplossen.

"Van de top van de atmosfeer tot de bodem van de oceaan heeft de mens alles beïnvloedt," zegt Jacquelyn Gill, een paleo-ecoloog aan de University of Maine, tegen me tijdens een meeting van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) in Boston. "Op een bepaalde manier is dat angstaanjagend, maar tegelijk laat het ons toe flexibeler om te gaan met de manier waarop we over al die problemen nadenken."

Foto: Xavier Aaronson

En dat is waar kleurrijke schepsels in de speculatieve mix gegooid worden, zoals mammoet-olifanthybrides, bleekbestendig koraal, en vele andere door de mens geschapen "frankenspecies". Dit idee, dat ook gefaciliteerde adaptatie genoemd wordt, stelt dat natuurschade niet enkel beperkt, maar ook omgekeerd kan worden, door handmatig de genen van bedreigde soorten aan te passen.

De resulterende genetisch gemanipuleerde organismen zouden dan de gezondheid van ineenstortende ecosystemen kunnen optimaliseren. Natuurbescherming meets gen-editing, de-extinctie en synthetische biologie klinkt als de perfecte match.

Als dat allemaal iets te Jurassic Park of Southern Reach voor je klinkt, geen probleem. Zelfs de wetenschappers achter deze aanpak beseffen dat hun opties ethische en logistieke doolhoven zijn. In hoeverre mogen mensen genetische structuren rechtstreeks herschikken, in plaats van ze gewoon selectief te kruisen, zoals we al millennialang doen? Die discussie is al bezig sinds in 1953 de structuur van DNA ontcijferd werd.

Het verschil met vandaag is dat technologieën zoals CRISPR snel volwassen worden, wat betekent dat voormalig hypothetische vragen nu serieus genomen moeten worden. Transgene zalm, die dubbel zo snel groeit als zijn wilde broertje, ligt sinds augustus in Canadese supermarkten. In de meeste gevallen is het nog niet zover, zoals bij de discussie of transgene, ziekteresistente muggen in Florida en andere plekken gebruikt mogen worden om infectieziektes tegen te gaan.

Deze projecten, die focussen op één soort, zijn de eerste voorzichtige flirts met het idee van een door de mens samengesteld ecosysteem. Het is logisch dat natuurbeschermers deze technieken willen gebruiken om de genetische verdedigingsmechanismen van bedreigde populaties kunstmatig te versterken.

De aanpak focust op het experimenteren met proactieve aanpassingen die afkomstig zijn van uitgestorven en bedreigde soorten, in tegenstelling tot het volledig opnieuw tot leven wekken van soorten, zoals de de-extintie-aanhangers voorstellen. Gill, expert in ijstijd paleo-ecologie, noemt als voorbeeld het project om de wolharige mammoet te klonen, en het inzetten van een mammoet-olifanthybride – "een mammoetige olifant" – om ecosystemen van toendra's te versterken die bedreigd worden door klimaatverandering.

"Klimaatverandering, en haar overlapping met andere bedreigingen, gaat ons dwingen om supercreatief te zijn om diersoorten te beschermen," zegt Gill. Ik kan mezelf best vinden in het idee om grote dieren andere dieren te laten helpen. Uitgestorven diersoorten terugbrengen, gewoon om wetenschappelijke nieuwsgierigheid te bevredigen, is moeilijker te verdedigen.

Nieuwe dieren vrijlaten in ecosystemen is niet nieuw. Het gebeurde al eerder met natuurlijke (niet genetisch gemodificeerde) dieren, zoals de Noord-Amerikaanse wolf of de Siberische tijger, essentiële jagers die opnieuw geïntroduceerd werden in gebieden waarin ze vroeger ook voorkwamen. Gefaciliteerde adaptatie zou verder bouwen op zulke successen door dieren met een grotere genetische diversiteit vrij te laten in bedreigde gebieden. Dat zou bepaalde soorten immuun maken voor sommige ziektes, waardoor ecosystemen onder andere extreme hitte, droogtes, overstromingen, en andere gevolgen van klimaatverandering zouden kunnen overleven.

In toekomstige wildernissen zou het kunnen wemelen van dieren met door de mens aangepaste genen, wat even fantastisch als verontrustend klinkt. Omdat we de wereldwijde biodiversiteit al zo erg hebben verslechterd, zijn verbeterende aanpassingen het minste dat we kunnen doen voor de natuur.