Sci-fi professor Etienne Augé: Nederland heeft sciencefiction nodig

Waarom heeft Nederland zo weinig echte sciencefiction? En waarom is het belangrijk om wel een sci-ficultuur te hebben?

|
mei 19 2015, 4:16pm

Hoe komt het dat de hele wereld goede sciencefiction maakt, behalve Nederland? Zelfs na goed zoeken heb ik geen Nederlandse sciencefictionschrijver kunnen vinden. Ik trof slechts één sciencefiction-achtige freudiaanse roman aan, nul Nederlandse sciencefictionfilms en nul sciencefictionseries.

In een tijd dat zelfs de Gooi en Eemlander over robots schrijft, is dat toch een beetje vreemd. Wat is er aan de hand?

Ik vroeg het Etienne Augé, de Franse sciencefictionprofessor die recentelijk de Community for Histories of the Future (CHIFT) aan de Erasmus Universiteit is begonnen.

Motherboard: waarom is er geen sciencefiction in Nederland?

Etienne Augé: Daar heb ik wel een theorie over, al kan ik die niet bewijzen. Toen ik voor de Franse Ambassade werkte in Beirut ontmoette ik veel diplomaten. Hun taak is om hun land te vertegenwoordigen, dus een verhaal over wat hen Frans, Surinaams, Engels of Nederlands maakt hoort erbij. Een element dat altijd terugkwam in het Nederlandse verhaal was 'gezelligheid.' Dat was vergeleken met de grootse verhalen van andere diplomaten altijd wat magertjes. Nederlanders hebben het er moeilijk mee een goed verhaal te vertellen. Het is een houding, maar het is ook omdat Nederland een realistische vertelcultuur heeft. Jullie blijven graag dicht bij de feiten.

Mensen in Libanon houden bijvoorbeeld helemaal niet van realisme. Dat merk je aan kleine dingen. Als jullie een ijsje eten zeggen jullie 'lekker', in Libanon zeggen ze: "holy shit, dit is het allerzaligste ijsje dat ik ooit heb gegeten!," ook als het ijsje 'gewoon' lekker is. In Frankrijk, waar ik vandaan kom, aanbidden we literatuur en vervult het een belangrijke rol als aanstichter van publiek debat. Dat is hier niet zo.

Wij turen in de toekomst en zien nieuwe mogelijkheden om spullen te verkopen.

Inderdaad. Het dichtste dat Nederland bij sciencefiction komt zijn de trendwatchers. Zij kijken naar wat er over vijf jaar in zal zijn, en dan met name wat er over vijf jaar geconsumeerd gaat worden. Ik wil het beeld niet versimpelen hoor, ik hou van Nederland, alles werkt hier zo veel beter dan in Frankrijk, maar daarom moet ook juist Nederland over de toekomst fantaseren.

Waarom is sci-fi belangrijk?

Met fictie neem je afstand van de werkelijkheid, het geeft je een perspectief dat je nodig hebt om naar jezelf te kijken. In sciencefiction zit veel van de wetenschap verwerkt die het dagelijks leven nu al vormen, maar dat nog niet verteerd is door de samenleving. De militaire drones die nu over Pakistan vliegen, zijn eigenlijk robots die op jacht zijn naar mensen. Die robots zouden er niet zijn zonder het verhaal, en nu is het de taak om een verhaal te verzinnen waarin robots niet gevaarlijk zijn. Sciencefiction stelt ons in staat te reageren op ontwikkelingen die nog niet in de kranten staan, maar al wel aan de gang zijn.

Etienne gaf vorig jaar een TED talk over dit onderwerp.

Maar is daar fictie voor nodig? We hebben toch wetenschappers, beleidsvormers, slimme mensen die nadenken over morgen?

Wetenschappers en schrijvers zeggen meestal niet hoe ze aan hun inspiratie komen, maar er is enorm veel kruisbestuiving tussen wetenschap en popcultuur. Arthur C. Clarke's (schrijver van de roman 2001: a Space Oddysey, red.) stappenplan naar de planeten heeft NASA's beleid in de jaren zestig gevormd. En Star Trek heeft een hele generatie wetenschappers geïnspireerd.

Martin Cooper die uitlegt hoe de Star Trek communicator hem inspireerde de mobiele telefoon te ontwikkelen.

Maar wat is het voordeel als Nederlanders de overvolle sci-fi schappen ook nog eens vullen met polderfuturisme?

Elk land vertelt andere verhalen. Ik zal je een voorbeeld geven. Mijn vrouw ontmoette in Dubai een kinderboekenschrijfster die haar verhaal graag in Frankrijk wilde publiceren. Dat was onmogelijk, omdat haar verhalen compleet onbegrijpelijk zijn voor ons. Het ging over mensen die elkaar hun emotie toonden door sokken in verschillende kleuren aan te trekken. Dit was iemand die een boerka droeg. Dit is behoorlijk extreem, maar je snapt wat ik bedoel.

Sciencefiction is veramerikaniseerd. The Avengers vind ik super, maar robots en monsters die elkaar helemaal lensslaan, dat is typisch Amerikaans. In Nederland en Scandinavië is niet zoveel strijd. Al hebben jullie er in Indonesië wel een potje van gemaakt, er is hier ook een sterke traditie van tolerantie en toenadering.

En dat maakt dat wij andere verhalen vertellen?

Real Humans is een fantastische Zweedse serie over robots. Het vertelt een typisch Zweeds verhaal. Het gaat over robotrechten: hebben ze recht op een paspoort, mogen ze lesgeven. Dit is een enorm krachtig exportproduct voor die manier van denken. In het buitenland noemen ze het al The Swedish Way.

Je benadert het een beetje uit maatschappelijk oogpunt. Sci-fi is goed, om de mensheid als geheel naar zichzelf te laten kijken. Maar uit een onderzoek bleek dat maar 10% van de mensen in aanraking komt met ideeën uit fictie. Hoeveel impact heeft sciencefiction maatschappelijk gezien nou werkelijk?

Het is moeilijk te meten, maar sci-fi films zijn ongelofelijk populair. De ideeën die erin vervlochten zijn bereiken miljoenen. Wat Apple doet, is ook sciencefiction aan de man brengen. Ze vertellen een optimistisch verhaal over morgen, en brengen dat binnen handbereik. Deze verhalen slaan aan bij honderden miljoenen mensen. Naast deze 'commerciële innovatie'-sci-fi is het belangrijk dat er verhalen geschreven worden over hoe we willen leven in de nabije toekomst. Die zijn er wel, maar ontbreken nog in Nederland. En ik denk dat het schadelijk is voor de ontwikkeling van een land als ze niet kan dromen over de toekomst.

Ik zie op het moment nog vooral een tegenstelling tussen optimisten en pessimisten. Tegenover het optimistische verhaal van de megacorporaties, is het enorme succes van de Apocalyps zoals in Edan Lepucki's sci-fi roman California, waar iedereen door een soort Disneyland-Verdoemenis rondrijdt.

Daar heb je gelijk in. Veel cli-fi (climate fiction) vind ik daarom ook niet zo interessant. In sciencefiction is wetenschap belangrijk. Het milieuactivisme dat je in cli-fi romans veel tegenkomt, is niet wetenschappelijk maar eerder religieus. Ze geloven dat de Apocalyps eraan komt, en ongelovigen zijn de vijand. Sciencefiction zoals ik het zie, is een alternatief op het millennia oude 'de wereld gaat er binnenkort aan' verhaal. Sciencefiction gaat over wat mogelijk zou kunnen zijn. Het heeft een open eind.

Waar ligt de toekomst van die vertelling, in film als geschreven verhaal?

Ik verwacht dat film en literatuur steeds meer een samenwerking zullen zijn. Films hebben goede scripts nodig en een rijke gedetailleerde wereld, en schrijvers kunnen dat leveren. Dat is ook wat ik beoog te bereiken met het instituut dat ik heb opgericht aan de Erasmus Universiteit in Rottern, het Center for Histories of the Future (CHIFT).

Als een soort groot futuristisch verbond?

Wat ik graag wil faciliteren zijn de mensen die over de toekomst denken en daar een vorm aan willen geven, maar nog geen platform hebben. Ik wil wetenschappers, kunstenaars, filmmakers, schrijvers en studenten samen brengen om sciencefictionideeën te bespreken. Het is relatief gemakkelijk iets op te zetten in Nederland, want iedereen staat open voor iets nieuws. Ook al is sci-fi in Nederland klein, denk ik dat er veel sluimerend enthousiasme is. Zelfs de politieacademie wilden met me praten hierover, dat zou in Frankrijk nooit kunnen.

Morgenavond om 20.30 vindt de eerste CHIFTalk plaats in de Rotterdamse Schouwburg. Toegang is 3,50.