Interview

Het is juist de imperfectie die dingen zo mooi maakt

Een interview met Pieter-Jan Pieters, die zelf vijf instrumenten ontwikkelde om op een intuïtieve manier muziek te maken.

Jarl Schulp

Met Sound on Intuition ontwikkelde designer en producer Pieter-Jan Pieters vijf instrumenten waarmee je op een intuïtieve manier muziek kan maken. Zijn apparaten FNGR, kick, hearth, wob en kick maken het mogelijk om met je lichaam de computer te besturen en op deze manier met unieke bewegingen te performen. Het project was zijn eindexamen aan de Design Academy Eindhoven en kreeg wereldwijd flink aandacht. In samenwerking met zijn team OWOW werkt hij hard aan een consumer-versie van zijn devices.

In het kader van onze aankomende Sound Hackers event sprak ik met Pieter-Jan over zijn project, de achtergrond van het project, zijn toepassingen en ideeën over toekomst van custom instrumenten.

Ik begrijp dat jullie druk bezig zijn met het verder ontwikkelen van de eerste versie instrumenten, maar hoe is het project Sound On Intuition eigenlijk ontstaan?

Het concept voor Sound On Intuition is ontwikkeld als mijn afstudeerproject op de Design Academy Eindhoven. Maar eigenlijk komt de motivatie voort uit twee grote interesses die ik al vanaf mijn kindertijd heb: muziek én de wens om een soort ‘uitvindertje’ te spelen. Totdat ik naar academie ging en me duidelijk werd gezegd dat ik moest kiezen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de Design Academy. Ook omdat ik geen noten kon lezen. Ja, daar stopte het dan wel een beetje.

Door mijn hele studie heen hebben muziek en het ‘uitvinden’ naast elkaar gelopen. Tijdens het eindexamen viel alles weer op zijn plaats. Toen kwam het besef dat ik zo veel verschillende dingen kon ontwerpen door de huidige technologie. Dus waarom geen instrumenten maken waar je geen noten voor hoeft te lezen, puur gericht op de computer?

De computer is nu zelf het instrument geworden. Om dan óók nog een instrument te leren spelen om daarmee de computer te besturen, dat is voor mij een beetje dubbelop. Bij de start van Sound On Intuition lag er de wens om instrumenten te ontwikkelen die een natuurlijke en intuitive interactie met de computer mogelijk maken.

Kan dat niet met bestaande instrumenten?

Veel ‘digitale’ instrumenten zijn gebaseerd op akoestische instrumenten. Die zijn eigenlijk een soort van ‘gedigitaliseerd’. Het principe van de ‘digitale piano’ vind ik eigenlijk gek. Een piano is ontwikkeld om fysiek de snaren aan te slaan. Een concept van de ‘digitale piano’ is naar mijn idee gewoon doorgetrokken, terwijl het niets meer heeft te maken met het aanslaan van snaren. Mensen breken niet graag met gewoontes. Het is de schrik van de mensheid denk ik.

Mijn idee achter SOI is dat we nieuwe instrumenten maken, waarvoor je niet apart hoeft te leren. Ik werk met de meest intuitive bewegingen, zoals het tikken met je vingers op tafel en je hand hoger of lager bewegen om een filter of volume te controleren.

Heb je tijdens het maken van het project en de instrumenten, heb je je nog laten inspireren door andere muzikanten of voorgangers? Of misschien heel andere gebieden?

Mijn grootste inspiratie is een Zweeds bedrijf Teenage Engineering, waar ik stage heb gelopen. Door hen ben ik gaan inzien dat je het meest gelukkig wordt van de dingen waar je in gelooft. Teenage Engineering maakt écht wat ze zelf waardevol vinden, bijvoorbeeld de OP-1 Synth waar hele eigenzinnige features op zitten. Ze zijn een kleine studio, maar bouwen de zotste dingen. Het werd me vrij snel duidelijk dat een klein team met de juiste skills heel ver kan komen. Wanneer je drie man in huis hebt – een ontwerper, een programmeur en een electronica engineer – kun je eigenlijk alles maken wat je wilt.

Werk jij ook met zo’n team en wat is hierin de relatie tussen ontwerp, code en electronica?

Ik heb een idee, het creatieve concept en uiteindelijk het ontwerp ontwikkeld. En ik heb zelf wat basic programmeren gedaan met Arduino. Van het pure elektronica programmeren weet ik persoonlijk niet zoveel vanaf. Daarvoor werk ik ook nauw samen binnen OWOW met een goeie programmeur en een electronica engineer. We merken dat wanneer we de relatie tussen het ontwerp, code en electronic simpel houden en terugbrengen naar de essentie van één beweging of idee, er een beter apparaat uitkomt.

Bepaalt dat ook het karakter en de manier waarop de instrumenten met een gevoeligheid of snelheid reageren?

Met de ontwikkeling van het Wob device – daar zijn we nu het meeste mee bezig – is dit een nieuwe afweging die we aan het maken zijn. De Wob werkt eigenlijk als een soort theremin. Wanneer je je hand erboven houdt bedien je een soort ‘knop’ op het scherm. Omdat je hand niet steady is begint die knop te trillen. In het begin was de programmeur heftig code aan het schrijven om dit stabiel te krijgen. Maar we zijn er nu achter dat we juist willen dat dit karakter van trillen blijft. Dat is het persoonlijke, het menselijke. Veel developers proberen zoiets heel stabiel te krijgen en naar de perfectie toe te werken. Maar het is juist de imperfectie die dingen zo mooi maakt. Zo houden mensen van live-opnames, terwijl dit helemaal geen kwalitatieve opnames zijn in vergelijking met studio-opnames. Ik heb ooit iemand horen zeggen dat ons menselijk gehoor niet perfect is, dus waarom proberen we technisch perfecte muziek te maken?

In een reportage van CNN zag ik dat je de instrumenten in DJ-set op Solar gebruikt. Opvallend andere manier van interactie dan met standaard draaitafels, CDJ’s en mixers. Wat denk je dat de mogelijkheden zijn voor jouw instrumenten binnen een clubsetting?

Dat is iets wat ik nu aan het testen ben. Ik heb vroeger veel gedraaid en doe het nu af-en-toe bij een gelegenheid als Solar. Je ziet dat DJ’s tegenwoordig iets meer willen bieden aan hun publiek. Dat gebeurt nog vaak in de vorm van een laptop live-set of een audiovisuele set. Ik denk dat er op het performance vlak nog veel kan veranderen. Bij muziek heeft het publiek vaak de neiging om iets als ‘live’ te zien als er een fysiek drumstel of een piano bij komt kijken. Dan denken mensen: kijk, nu is het live. Doordat veel controllers kleine knopjes hebben ziet het publiek niet wat er gebeurd.

Met onze devices bereiken we in de club wel een live-gevoel. De interactie met digitale muziek is direct en mensen ervaren het meer als ‘live’. Het lijkt me wel vet om te zien hoe ver dat we het kunnen pushen om een digitale stukken te spelen en mensen het gevoel over te brengen dat het live wordt gespeeld. Ik denk dat als we op een andere manier met ‘beweging’ gaan werken er een veel sterkere performance ontstaat. Ook in de club.

Hoe kijk je aan tegen de toekomst van custom-built instrumenten en muziek, waar zit volgens jou de meest interessante nieuwe ontwikkeling?

We zitten in een tijd waarin veel creatieven bezig zijn met interactieve installaties bouwen. Men gaat naar een expo en merkt dat een kunstwerk reageert op hun aanwezigheid, daar zit magie in. Ik denk dat deze magie bij mensen thuis kan worden gebracht. Maar om die magie te vangen, moeten de objecten die we ontwerpen wel een soort waarde hebben. Daarom zijn alle instrumenten die we hebben gemaakt van een bepaald gewicht en zwaarte. Als je een gitaar koopt leg je die in een zachte koffer of hang je hem aan de muur, je bent er trots op. Controllers voor computers zijn vaak plastic dingen, wat het moeilijker maakt om er waarde aan te hechten. Dat is het doel: om waarde terug te geven aan deze nieuwe instrumenten.

Aanstaande zondag treedt Pieter-Jan Pieters op samen met zijn FNGR, kick, hearth, wob en kick tijdens Coded Matter(s) #2: ‘Sound Hackers

Jarl Schulp is mede-curator van Coded Matter(s) en creative director van FIBER.