Quantcast
Een gids voor hoe we beter om kunnen gaan met de eindeloze stroom nepnieuws

De manier waarop we informatie consumeren is een ongezond dieet.

Ik ben journalist, dat is mijn werk. Maar ik ben ook gewoon een sterfelijke consument die op nieuwssites en sociale media de hele dag nieuws en andere informatie opzuigt. Steeds vaker voel ik me daarbij ongemakkelijk. Dat heeft twee oorzaken: de manier waarop wij informatie tot ons krijgen, en hoe slecht ik dat vervolgens voor mezelf filter.

Door commerciële en politieke belangen is er een tornado ontstaan van nepnieuws, manipulatieve informatie en verkapte reclame. En we hebben nog nauwelijks geleerd hoe we daarmee om moeten gaan. Uit onkunde of gemakzucht gaan we in de maalstroom mee en maken het zo nog erger. Ik betrap mezelf er bijvoorbeeld op klakkeloos berichten te delen, slordig te lezen en mijn mening bevestigd te willen zien.

Kunnen we leren om de ruis te filteren en 'gezonder' informatie te consumeren? Kunnen we daarvoor ons eigen, interne algoritme ontwikkelen?

De afgelopen tijd keek ik kritisch naar mijn eigen keuzes en die van mensen om me heen. Daarnaast ging ik te rade bij twee experts: Fergus Bell en Mary Berkhout. Bell is een consultant uit Londen die journalisten wereldwijd traint in het filteren van informatie op betrouwbaarheid. Berkhout is van Mediawijzer.net, een netwerk van mediawijsheid-professionals die kinderen met media leren omgaan.

Hieronder vind je de zes lessen die uit deze gesprekken kwamen: van praktische tips tot filosofische ideeën.

Ten eerste: niemand heeft een ingebouwde bullshitdetector

Waarom trappen we in nepnieuws en zijn we zo vaak slecht of half geïnformeerd? Om voor mezelf te spreken: ik beschouw mezelf als een rationeel persoon die zich niet voor de gek laat houden. Maar niemand heeft een ingebouwde bullshitdetector, en niemand is er immuun voor als-ie van alle kanten wordt bestookt met al dan niet opzettelijk vervormde informatie. Gelukkig kun je jezelf aardig trainen om veel valkuilen te ontwijken. Daarover nu meer.

Les 1. Ruik je onraad? Doe deze checks

Typisch aan online media is dat ze continu informatie van elkaar overnemen. De informatie in veel nieuwsberichten is vaak al langs een aantal tussenstations gegaan, waar informatie verdraaid kan raken. Vaak kun je dat spoor zelf terugvinden.

Kijk in een nieuwsbericht of er naar een oorspronkelijke bron wordt gelinkt. Zo ja: goed teken. Check vervolgens de kwaliteit/autoriteit van die bron - The New York Times is doorgaans beter geïnformeerd over de strijd tegen IS dan de twitterfeed van @crazy_bram1987. Staat er überhaupt geen verwijzing naar een bron in, waar je dat wel mag verwachten? Reden voor voorzichtigheid.

Wat je dan kunt doen, is kijken of er soortgelijke berichten zijn. Als meerdere media iets melden, is de kans groter dat het klopt. Hiervoor kun je de nieuwsfunctie van Google gebruiken. Zoek op een paar steekwoorden (dat kan in Chrome gewoon via je adresbalk), bijvoorbeeld 'Trump muur Mexico'. Let daarbij wel op de koppen. Als die hetzelfde zijn, is de bron waarschijnlijk het ANP, waarvan de kopij vaak klakkeloos wordt gekopieerd. Een betrouwbare organisatie, maar desalniettemin slechts één bron. (Lees hier meer over hoe het ANP het nieuwsaanbod bepaalt.)

Wees extra voorzichtig als een foto of video de bron is. Nieuwe technieken maken het steeds eenvoudiger om beeld te manipuleren. Zeker over Syrië verspreiden hoaxes zich in zwermen over het internet. Let op of een foto onlogisch is afgesneden, of als een filmpje geen voice-over heeft (in het Midden-Oosten doen activisten en dergelijke dit vrijwel altijd). Bij foto's kun je reverse-searchen. Bij een video kun je in de comments kijken: soms wordt daarin al gemeld dat het fake is.

Oh, en dan zijn er sinds kort ook enkele Chrome-extensies die nepnieuws bespeuren voordat je er zelf intrapt. Zowel voor websites als Facebook. Over Facebook gesproken: vergeet de flessentrekkerij die je daar tegenkomt niet te rapporteren.

Les 2. Val niet ten prooi aan de verzuiling 2.0

De 'filterbubbel' zou ervoor zorgen het internet een gespreid bedje wordt voor mensen die we toch al hadden. Er is kritiek op dat idee, er zou geen bewijs voor zijn, maar volgens Bell en Berkhout bestaat de filterbubbel wel degelijk. Bell neemt zichzelf als voorbeeld en vertelt dat ook zijn Facebook-feed is gekneed naar zijn politieke voorkeuren; deels door zichzelf en deels door algoritmes.

Je kunt zeggen: dat is niets nieuws, vroeger hadden we de verzuiling die ons in een eigen wereldje hield, nu zijn het algoritmes. Maar Berkhout vindt dat niet helemaal vergelijkbaar, omdat externe krachten (Facebook en Google) nu zo'n grote rol spelen. "Als ik hun algoritmes kon beïnvloeden, had ik een zelfgemaakte filterbubbel, dan was het mijn eigen keuze. Maar nu bepalen die bedrijven wat ik zie."

Uit je bubbel breken kan je doen door domweg op de spreekwoordelijke uitknop te drukken, zegt Berkhout. Je kunt je gewoon terugtrekken van Facebook en andere plekken waar algoritmes vrij spel hebben, net zoals je de televisie kunt uitzetten of een boek kunt wegleggen.

Dat ben ik met haar eens, maar het is ook wat rigoureus. Een informatie-celibaat is prettig voor een weekje, maar onhaalbaar op de lange termijn. De kunst is om de boel in balans te brengen, om af en toe een frisse neus te halen bij de 'vijand' (ter inspiratie: deze linkse Volkskrant-columnist stapte in een rechtse bubbel). Geen algoritme dat je tegenhoudt. Hieronder geven we alvast een voorzetje.

Les 3. Leer verkapte reclame herkennen

Denk jij dat je advertorials en andere verkapte reclame doorhebt? Volgens Mary Berkhout denken veel mensen van wel. Maar het ene na het andere onderzoek bewijst helaas het tegendeel: het wordt vaak niet of te laat gezien. Berkhout vertelt dat scholieren regelmatig beteuterd kijken als ze tijdens een les mediawijsheid horen dat ze in een advertorial zijn getrapt.

Reclame ontpopt zich steeds vaker als branded content, advertorials, sponsored content en nog wat van zulke eufemismen die eigenlijk 'stiekeme reclame' betekenen. Dat mag allemaal zolang er een disclaimer bij staat – alleen wordt die regelmatig weggemoffeld of onnodig wollig verwoord.

Dan lees je de disclaimer bijvoorbeeld pas op het eind...

...of het woord 'advertorial' wordt weggelaten...

...of een wollige omschrijving strooit je zand in de ogen

Niet iedereen vindt die vervagende grenzen een probleem, zegt Berkhout. Sommige mensen malen niet om besmuikte reclame en dat is, in mijn ogen, hun goed recht. Maar stel jezelf in elk geval de vraag: zie ik het als een probleem als ergens voor betaald is? Zo ja: weet dan dat je dit niet altijd direct doorhebt en speur bij argwaan naar een verstopte disclaimer.

Les 4. Stop met klakkeloos delen waar je het mee eens bent

Stel je hebt een hekel aan populisme en de kop "Asielzoekers blijken minder vaak crimineel" verschijnt op Facebook. Dit moet mijn PVV-stemmende oom zien, denk je, waarna je op 'delen' klikt zonder het stuk te lezen. Iedereen doet dit weleens, en we moeten dit afleren, vindt Fergus Bell. "Dat gedrag is niet de schuld van Facebook, maar komt door onze vluchtige manier van informatie consumeren."

Bell wijst erop dat de kop misschien klopt, maar er in de rest van het stuk grote gaten kunnen zitten, ook bij betrouwbare bronnen. Het probleem ontstaat dus niet alleen door nepnieuws-spuwende trollen, maar ook door 'weldenkende mensen' die gemakzuchtig met informatie omspringen.

Les 5. Cijfers zijn niet heilig

Cijfers liegen niet, toch? De cijfers zelf niet, maar de presentatie ervan? En de methoden waarmee ze verkregen zijn? En de context die wordt weggelaten? Het is verleidelijk om statistieken te retweeten die jouw mening bevestigen, maar helaas zijn ze niet per definitie betrouwbaarder.

Zoals een onbekende slimmerik – en dus niet Mark Twain – ooit zei: "There are three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics." Willekeurig voorbeeld: een vaak gedeeld onderzoek waaruit 'blijkt' dat veel allochtonen PVV stemmen. De totale onderzoeksgroep bestond uit 650 personen, waarvan slechts 91 Marokkanen. Dat is 0,024 procent van de ruim 380.000 Marokkaanse Nederlanders.

Zelf trapte ik dit jaar onder meer in een grafiek die zou aantonen dat steeds minder mensen een democratie willen. Dat onderzoek bleek ondeugdelijk, stelde de Volkskrant vast. Het was eigenlijk ook ongeloofwaardig, maar ja, het was een grafiek, met een X-as en een Y-as en alles, en daar ben ik als alfa al gauw van onder de indruk. Reken maar dat politiek gekleurde (sociale-) mediakanalen gretig gebruik maken van deze blinde vlek.

Les 6. Wijs de makers op hun verantwoordelijkheid

De verspreiding van misinformatie is niet alleen onze verantwoordelijkheid – de ellende begint bij de makers. Fergus Bell zegt dat ook oprechte journalisten het hun lezers te lastig maken door niet duidelijk te maken waar ze de informatie vandaan halen waarop ze hun artikelen baseren. Als dat in het artikelzou worden gedaan, wordt betrouwbaar nieuws veel makkelijker herkenbaar.

Spreek journalisten dus aan als ze hun verantwoordelijkheid niet nemen, resulterend in krakkemikkige, niet-transparante nieuwsberichten of clickbait. Dankzij sociale media is het steeds makkelijker om dit te doen. Charlatans zullen zich weinig aantrekken van jouw wapperende vinger, maar veel 'mainstream' journalisten nog wel.

Dat vingertje hebben journalisten soms ook echt nodig, want ze staan er vaak niet bij stil hoeveel invloed ze hebben. "Nieuws blijft lang bestaan en kan een bereik krijgen dat vele malen groter is dan je aanvankelijk had voorzien," zegt Berkhout. Zowel journalisten als consumenten moeten de eeuwigheidswaarde van (valse) informatie goed tot zich door laten dringen.

Kortom: we moeten op dieet

Zie onze huidige consumptie van informatie als een ongezond dieet. Op internet krijg je geen gezonde maaltijd voorgeschoteld, maar een onherkenbaar prakje informatie waarvan je niet kunt thuisbrengen wat er in zit en wat het met je doet.

Tegelijkertijd kunnen we daar zelf iets aan veranderen. Door niet alleen te kiezen voor de smaken die we lekker vinden. Door niet in de etiketten te geloven die iets mooiers beloven dan de smurrie die onder de folie schuilt. Door een blokje om te lopen en de oorspronkelijke ingrediënten te vinden. Door te kijken wie het bereid heeft en een kijkje in diens keuken te nemen.

In de voedselwereld is het al jaren retehip om bewust te eten. Laten we het in 2017 de hipste trend maken om ook onze informatie verantwoord te consumeren.