Quantcast
Je zou het niet zeggen, maar snot is geweldig

Snot is vreselijk interessant – het is gezond, het beschermt je lichaam tegen van alles en je zou er onder andere kanker mee kunnen diagnostiseren.

Toen ik begon aan dit verhaal, wilde ik eigenlijk een lollige wetenschappelijke kijk op snot geven: waarom het verschillende kleuren heeft, hoe je er zo veel van kan produceren en of het echt gezond is om te eten. Maar naar mate ik meer te weten kwam over het groene slijm, bleek het in veel meer opzichten extreem fascinerend spul. Snot is een actieve grensbewaker van je luchtwegen en een essentieel onderdeel van je immuunsysteem, en bovendien zou het ook nog eens in plaats van urine of bloed gebruikt kunnen worden om ziektes als MS, diabetes, kanker te diagnostiseren.

Dat laatste is natuurlijk fantastisch (nooit meer bloedprikken of plassen in een bakje, maar gewoon snuiten in een buis!), maar er is een groot probleem: vrijwel niemand weet dit, waardoor er geen onderzoek naar gedaan wordt. Snot heeft niet eens een officiële medische term in het Nederlands. Toch wist ik een dokter te vinden die al jaren de medische wereld probeert te overtuigen van de waarde van snot.

Maar laten we bij het begin beginnen. Snot, neusslijm, flegma, mucus of hoe je het ook wil noemen is onderdeel van het systeem dat onze luchtwegen constant beschermt tegen invallende hordes micro-organismen en schadelijke stoffen. Snot is "een bijna magisch efficiënt systeem om deeltjes die de neus in willen te vangen en door te spoelen," aldus Annalee Newitz van Io9, die in haar stuk de veelvoorkomende mythes over snot onderzocht.

Cilia

Het 'doorspoelen' gebeurt dankzij cilia, piepkleine haartjes die het snot achterin de keel vegen, waar het doorgeslikt wordt en in de zure omgeving van de maag komt. Als het koud is, werken de cilia langzamer, waardoor niet alles weggeveegd wordt en er snot uit je neus druipt.

Een gemiddeld gezond mens produceert ongeveer een liter snot per dag – een hoeveelheid die zoals je ongetwijfeld opgemerkt hebt verschilt als je ziek bent. Het snot bestaat voor 95% uit water, 3% mucine en 2% andere dingen, zoals enzymen en eiwitten.

De wereld waar je snot leeft is onze eerste verdedigingslinie tegen allerlei organismen die een gratis parasitair ritje in ons warme lichaam willen krijgen. Die verdediging is ontzettend effectief: de neus filtert bijna 100% van de inkomende stoffen uit de inkomende lucht. Maar het is niet zoals je misschien denkt een passief, kleverig goedje.

Bacteriofagen die een bacterie aanvallen

Onderzoekers van San Diego State University ontdekten in 2013 dat snot een compleet autonoom immuunsysteem bevat, dat actief reageert op binnenkomende bacteriën en parasieten. De snotlaag die aan de binnenkant van de neus en in de neusholte zit, vangt ook virussen op die bacteriën eten en onderhoudt deze op het oppervlak om te helpen met het doden van bacteriën. Je hebt in je neus in feite een soort heerlijk huisje voor virussen die je gezondheid helpen in ruil voor warmte en voedsel. Hoofdonderzoeker Jeremy Barr: "de bacteriofagen in de neus demonstreren de eerste symbiotische relatie tussen fagen [virussen, red] en dieren."

Mucine, wat slechts een piepklein onderdeel van je snot is, is het stofje dat ervoor zorgt dat het slijmerig wordt en daarnaast een extreem effectief goedje tegen ziektekiemen. Zo effectief, dat onderzoekers van MIT voorstelden om het te gebruiken als biofilm op medische apparatuur om bacteriën op afstand te houden – in feite het gebruiken ze het hoofdbestanddeel van snot om steriel gereedschap steriel te houden. Te gek, toch?

"Alle conclusies die je uit bloed kan halen, kan je ook uit snot halen."

Mucine wordt ook onderzocht als marker voor een verscheidenheid aan ziekten. Je kent dit uit ervaring al: als je griep hebt, wordt je snot plakkeriger en dikker omdat er een overschot aan mucine wordt geproduceerd om de virusinfectie te bestrijden. De gele kleur van je snot komt van de vele dode bloedcellen die ingezet worden om het virus te bestrijden.

Een overschot aan mucineproductie wordt ook gelinkt aan het ontstaan van verschillende soorten kanker – onder andere long-, borst-, alvleesklier-, baarmoeder- en darmkanker. En dit is waar snot nog iets interessanter wordt.

Snot is een integraal onderdeel van je immuunsysteem, dus kan het in principe net als je bloed gebruikt worden om verschillende ziekten te diagnostiseren waar je immuunsysteem actief van wordt. En zelfs om sommige ziekten te vinden die nog niet voor uiterlijke symptomen symptomen zorgen.

Dr. Robert Henkin van de Taste and Smell Clinic in Washington DC onderzoekt al ruim veertig jaar reukstoornissen en kent snot dus op zijn duimpje. Hij is een eenzame pionier in snotanalyse en is zeer overtuigd dat snot gebruikt kan worden als een diagnostisch en prognostisch middel voor heel veel verschillende ziekten.

"Snot is een polyvloeistof dat allerlei fysiologische problemen reflecteert: diabetes, multiple sclerose, embolisme, noem maar op. Het grote verschil met bloed is dat je er nauwelijks moeite voor hoeft te doen," vertelt hij me aan de telefoon. "Snot is lichaamsvocht waarin alle belangrijke eiwitten gevonden kunnen worden. Het beschermt niet alleen het lichaam, het manifesteert het ook. Alle conclusies die je uit bloed kan halen, kan je ook uit snot halen."

"In bloed zijn de acute gevolgen van ziekten vaak niet zo makkelijk te zien. Snot geeft de mogelijkheid om zowel acute als chronische ziekten te diagnostiseren"

Dr. Henkin raakte geïnteresseerd in de analyse van snot toen hij manieren onderzocht om verschillende soorten reukstoornissen te diagnostiseren bij mensen die niet meer konden ruiken. Maar toen hij de analyse uitvoerde, vonden hij en zijn team veel meer dan ze verwacht hadden.

Een complete snotanalyse door Dr. Henkin en collega Irina Velicu toonde aan dat snot heel veel stoffen bevatte die ook te vinden zijn in urine- en bloedmonsters – soms waren die zelfs beter zichtbaar in snot. Ze vonden onder andere dat dezelfde stoffen die gebruikt worden om zwangerschapsvergifting te voorspellen, veel duidelijker aanwezig waren in snot dan in bloed.

In sommige gevallen werden er ook eiwitten gevonden in snot die niet gevonden werden in bloed of urine – ik ga je niet vervelen met de details (die kan je hier lezen), maar bepaalde stoffen die vrijkomen bij darmkanker werden in snot gevonden en niet in bloedmonsters. "In bloed zijn de acute gevolgen van ziekten vaak niet zo makkelijk te zien. Snot geeft de mogelijkheid om zowel acute als chronische ziekten te diagnostiseren," vertelt Dr. Henkin.

Naast de opmerkelijke resultaten, is het grote voordeel aan snot dat het zo makkelijk te krijgen is. Er komen geen naalden aan te pas, geen bakjes urine. Je neemt gewoon wat snot af en analyseert dat. Volgens Dr. Henkin is het een hele snelle en makkelijke manier om een idee te krijgen van de gezondheid van mensen.

"Al zijn de benodigde apparaten gewoon aanwezig in elk pathologisch lab."

"We verzamelen snot door de patiënt zijn of haar neus te laten snuiten in een plastic buisje, alsof het een zakdoek is," vertelt hij. Het snot in de buis wordt vervolgens gecentrifugeerd om de inhoud te scheiden van het water en geanalyseerd met een spectrografische immunoassay om de inhoud te bepalen. De techniek is volgens Henkin extreem gevoelig en werkt met microgram-hoeveelheden snot. "De verzamelingsmethode is simpel en het analystische gereedschap is rechttoe rechtaan," sluit hij af.

Oké, als snot zo ongelofelijk fantastisch is, waarom gebruiken we het dan niet? Dr. Henkin vertelt me dat het vooral ligt aan kennis. Dokters leren over bloed-, urine- en speekselproeven in hun tekstboeken, maar niet over de mogelijkheden van snot. Wat waarschijnlijk ook de reden is dat hij volgens hemzelf de enige persoon is die dit onderzoekt. Medisch wetenschappers hebben gewoon geen idee dat een hele wereld aan mogelijkheden letterlijk in hun gezicht aanwezig is.

Dr. Henkin vertelt me dat er uiteraard nog een aantal redenen zijn waarom snot nog niet gebruikt of onderzocht wordt. Ten eerste is de techniek die Henkin gebruikt om het snot te analyseren "klinisch bruikbaar, maar geen groot onderdeel van de ervaring of laboratoria van medisch onderzoekers. Al zijn de benodigde apparaten gewoon aanwezig in elk pathologisch lab."

Bovendien moeten er nog standaarden worden opgesteld voor veel analyses, hoewel sommige standaarden al onderzocht en gepubliceerd zijn door Henkin en zijn collega's. "Het nalezen van mijn werk zou dus een standaard kunnen worden waar anderen op voort kunnen bouwen. Dit is hoe het normaal gesproken gaat in de meeste nieuwe technieken; één persoon is meestal leidend." Nu hoopt hij dat "anderen zullen volgen en meer werk zullen doen om deze biologische vloeistof te gebruiken om pathologische en fysiologische processen te diagnostiseren."

En zo leidt het uitzoeken van een lollig artikel ineens tot een oproep aan de medische gemeenschap voor meer serieus onderzoek naar snot. Oh en om nog even terug te komen op de vragen in het begin: de betekenis van de kleur van je snot kan je in deze handige ~infographic~ checken, je kan er zo veel van produceren omdat het net als je lichaam vooral uit water bestaat en het eten van snot lijkt serieus gezond en is niets om je voor te schamen.