Quantcast
Alle foto's: David Meulenbeld

Deze jonge wetenschapper liet me twijfelen aan de onaantastbaarheid van feiten

Menno van den Bos

"Veel journalisten en wetenschappers zien feiten als iets vanzelfsprekends, maar niemand is kritisch over wat feiten nou echt zijn."

Alle foto's: David Meulenbeld

Feiten zijn feiten, en feiten liegen niet. Weg met onderbuikgevoelens en nepnieuws, hoera voor harde feiten!

Dit is, dik aangezet, hoe er in zowel wetenschappelijke als journalistieke kringen over het algemeen gedacht wordt. Ik ben zowel journalist als oud-student in het wetenschappelijke onderwijs, en heb het wereldbeeld waarin feiten onaantastbaar zijn dus sterk meegekregen.

Toch lukte het de pas 23-jarige wetenschapshistoricus Sjang ten Hagen om er barstjes in te veroorzaken. Ten Hagen werkt als PhD-kandidaat aan de faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de UvA, waar hij met collega's onderzoekt hoe verschillende wetenschappen elkaar in de loop der eeuwen hebben beïnvloed. Zelf focust hij op de geschiedenis van het concept 'feit'.

"Veel journalisten en wetenschappers zien feiten als iets vanzelfsprekends. Er is nauwelijks kritische reflectie te vinden op de vraag wat feiten eigenlijk zijn."

Ik hoorde hem er een tijdje geleden over vertellen op een evenement over journalistiek. "Veel journalisten en wetenschappers zien feiten als iets vanzelfsprekends. Er is nauwelijks kritische reflectie te vinden op de vraag wat feiten eigenlijk zijn. Dan kun je zeggen: dat is toch niet zo erg? Maar ik vind het wél erg," zei hij daar. Het was de eerste keer dat hij publiekelijk over zijn onderzoek sprak, en ik hoorde aan zijn toon dat het hem menens was. Onder de oppervlakte bespeurde ik ergernis die zich had opgebouwd.

En dat maakte me nieuwsgierig. Want ook ik zie feiten als iets vanzelfsprekends. Het zijn gewoon zaken waar we van uitgaan tot ze weerlegd zijn. Waarom is het erg als ik daar verder niet over doordenk?

Ik spreek met Ten Hagen af op het Science Park in Amsterdam, waar hij werkt. Het Science Park is grijs, hoekig en kaal: alsof de ontwerpers ermee wilden communiceren dat de wetenschap een ernstige en rechtlijnige bezigheid is. Terwijl we onze stoelen nog aanschuiven, zegt Ten Hagen dat hij bestaande ideeën over feiten en wetenschap wil "afbreken". Niet dat hij vindt dat wetenschap ook maar een mening is – dan begrijp je hem verkeerd. Hij denkt juist dat de wetenschap er sterker van wordt als wetenschappers zich wat bescheidener zou opstellen, en minder als hoeders van de feiten. En hetzelfde geldt voor de journalistiek.

Al gauw valt het woord factchecken. Factcheckrubrieken doken de laatste jaren in veel media op, van NU.nl tot NRC. Op zich mooi, zegt Ten Hagen, maar de manier waarop het gebeurt laat ook zien dat journalisten worstelen met de concepten feit en waarheid. "Het is heel goed om met factchecks uitspraken nuance en context te geven, zoals vaak gebeurt. Maar dat verlies je allemaal weer als je er aan het eind een stempel moet geven of een uitspraak een feit is of niet, of het 'waar' of 'onwaar' is. Dat is vaak niet te doen."

Eén specifieke factcheck van NRC vond hij alleszeggend. "Een uitspraak van Wilders dat er in vijf jaar honderdduizend migranten waren gekomen werd 'waar' bevonden. Er bleken alleen ook veel mensen uitgereisd, dus netto was het veel minder. De factcheckers kregen veel kritiek dat ze dat niet hadden meegewogen, maar verdedigden dat in een hercheck met het argument dat de uitspraak puur ging over de inreizers en daarom toch klopte. Dan denk ik: waar ben je nou mee bezig? Het doel is toch om een afgewogen beeld van migratie te schetsen? Dat schiet je voorbij wanneer alles in het hokje waar of niet waar moet passen."

Hij stoort zich daaraan, juist omdat hij ook veel goede journalistiek ziet, waarin nuance wordt toegevoegd zonder harde conclusies te trekken. Zulke journalistiek lijkt erg op goede wetenschap, vindt hij. Dat standpunt is trouwens controversieel in zijn wereld: "Heel veel wetenschappers zouden juist liever het verschil tussen wetenschap en journalistiek benadrukken." En zo vind Ten Hagen wel meer waar hij zich niet per se populair mee maakt.

Het concept feit een relatief nieuwe uitvinding, want het dook pas in het 16e-eeuwse Engeland op.

Al vroeg in zijn PhD-onderzoek ontdekte Ten Hagen dat het concept 'feit' in de geschiedenis van elke vorm van wetenschap vroeg of laat een rol ging spelen. "Toen dacht ik: goh, een onderzoek naar hoe we feiten door de geschiedenis heen hebben bekeken haakt eigenlijk wel goed in op waar iedereen het nu over heeft: alternatieve feiten, waarheid, dat soort dingen."

Het concept feit een relatief nieuwe uitvinding, want het dook pas in het 16e-eeuwse Engeland op, en wel in de rechtspraak. "Facts" verwezen in het Engelse rechtssysteem naar gebeurtenissen die mogelijk hadden plaatsgevonden – en mogelijk dus ook niet. Het was aan de rechtbank om dat te onderzoeken.

Later in de geschiedenis kreeg een feit wél deze invulling. De kiem daarvan ligt in het Duitsland van de 19e eeuw. "Daar ontstond een revolutie waarbij de wetenschap institutionaliseerde via universiteiten en overheden die geld in de wetenschap gingen stoppen. De opdracht van die wetenschappers was om de waarheid te zoeken, in de vorm van feiten."

Het feit was eeuwenlang een ambigu begrip maar werd opeens iets dat voor zich sprak. Niet toevallig komt rond die tijd ook het woord 'objectiviteit' op. "Het idee was dat feiten al vaststonden, en dat je ze alleen nog maar objectief hoefde te ontdekken."

Deze interpretatie is volgens Ten Hagen nog steeds het meest dominant in de samenleving en ik herken het ook in de journalistiek. Er wordt continu voor gepleit dat de journalistiek terug moet naar het "brengen van de feiten". Bij het publiek leeft de opvatting sterk dat journalisten de kale feiten moeten vertellen. De opkomst van factchecking is hier ook een gevolg van.

"De betere feiten zijn van de mindere feiten te onderscheiden als je begrijpt hoe ze tot stand zijn gekomen."

Maar achter dat beeld, van kale feiten, ligt dus het idee dat feiten voor zich spreken. Ten Hagen wil dat in twijfel trekken met zijn onderzoek. Wetenschappers hebben feiten door de eeuwen heen verschillend gedefinieerd, en daarvoor konden zelfs eeuwenlang zonder – dus waarom geloven we er nu zo in?

Eigenlijk gebruikt de promovendus deze vraag als een breekijzer om een bredere discussie te openen. Zijn overtuiging, die hij al tijdens zijn opleiding ontwikkelde, is dat wetenschap geen eenrichtingsverkeer naar de waarheid is, maar een kronkelend pad waarop onderzoekers ook weleens verkeerde afslagen nemen. Hij vindt het belangrijk om het daarover te hebben omdat dat volgens hem de rol is van een wetenschapshistoricus.

Een van de problemen van het beeld van wetenschap als een soort waarheidsproductie-in-de-vorm-van-feiten is dat het zichzelf tegenspreekt, vertelt Ten Hagen. Want als alle wetenschappers gelijk hebben, wat moeten we dan met de 3 procent die zegt dat klimaatverandering niet door de mens is veroorzaakt? Zij zouden dan evenveel gelijk moeten hebben als de andere 97 procent.

"Ik zeg niet dat de ene uitspraak niet meer waar kan zijn dan de ander. Maar als het complexe materie is, hangen jouw feiten wel af van je aannames en methodes. Het is riskant als je doet alsof een feit vanzelfsprekend is en niet uitlegt waar je het vandaan haalt. De betere feiten zijn van de mindere feiten te onderscheiden als je begrijpt hoe ze tot stand zijn gekomen."

Op die manier kun je bijvoorbeeld concluderen dat de 97 procent van de klimaatwetenschappers gelijk heeft, omdat ze bijvoorbeeld beter onderzoek hebben gedaan dan de rest.

Ten Hagen schopt met zijn ideeën enigszins tegen de schenen van wetenschappers die nu juist het imago van de wetenschap als hoeders van de feiten willen hooghouden. Zo verdedigde de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) de wetenschap in dit opiniestuk tegen mensen die wetenschap subjectief noemen. Een tweede voorbeeld is een interview in de Volkskrant met twee natuurkundigen die de wetenschap beschrijven als het vinden van "absolute waarheid die losstaat van mensen". En ook de vooraanstaande Robbert Dijkgraaf wil, weet Ten Hagen, "niet tornen aan de autoriteit van de wetenschap".

Aan de ene kant begrijpt hij dat ze dit zeggen in een tijd waarin figuren als Trump de wetenschap aanvallen. Maar eigenlijk vindt hij het beeld van wetenschappers als brengers van de waarheid "een stap 200 jaar terug in de tijd". Het schept op de lange termijn onrealistische verwachtingen. "Theorieën zijn zo vaak vervangen, methodes van onderzoek zijn zo vaak veranderd. Het is eerlijker om te tonen dat wetenschap een voortdurend proces is, en niet een serie aaneengesloten ontdekkingen van absolute waarheid."

Dit zou van wetenschappers vragen dat ze zich kwetsbaar opstellen. In plaats daarvan ziet Ten Hagen ze vaak valse zekerheden verkopen. Hij verwijst naar recent nieuws dat EPO niet zou werken. "De wetenschappers komen op basis van één enkel onderzoek met flink algemene uitspraken. Daarna wordt eigenlijk meteen al duidelijk dat ze die stelligheid helemaal niet waar kunnen maken. Het zou goed zijn om in de media dus meer focussen op de discussie, en minder op de resultaten."

Maar is wat hij zelf voorstelt niet evengoed riskant voor het publieke vertrouwen? Benadrukken dat wetenschap feilbaar is en feiten ambigu? "Wat ik verkondig lost niks op," erkent hij. "Behalve dat ik geloof dat je met meer eerlijkheid uiteindelijk verder komt."

Het is inmiddels vijf uur geweest en we rekenen af. Ten Hagen gaat nog even naar zijn werkruimte op het Science Park: de plek waar ongetwijfeld veel mensen werken die op dit interview geen ja en amen zullen zeggen. "Ik heb de waarheid niet in pacht. Misschien zegt iemand over dit interview wel: wat die Sjang allemaal zegt, dat kan echt niet. Prima. Laat de discussie maar ontstaan."