Quantcast
Een psychologische inenting tegen desinformatie over het klimaat lijkt mogelijk

Sociaal-psychologen geloven dat het mogelijk is om mensen in te enten tegen nepnieuws, met name tegen websites die onzin verspreiden over klimaatverandering.

Als je gevaccineerd wordt, krijg je een verzwakte versie van een ziekte in je lichaam: net genoeg om een tolerantie op te bouwen voor het echte virus.

Sociaal-psychologen geloven dat een soortgelijke logica kan worden gebruikt om mensen in te enten tegen nepnieuws, met name tegen websites die onzin verspreiden over klimaatverandering.

Een nieuw onderzoek vergeleek reacties op feiten over klimaatverandering met reacties op populaire misvattingen. Wanneer het feitelijke materiaal meteen werd opgevolgd door nepnieuws, bleek dat het nepnieuws de correcte informatie compleet uit het hoofd van de lezer had verdrongen. Opinies over klimaatverandering waren weer terug bij af, waar ze waren voordat mensen in aanraking kwamen met de feiten.

De onderzoekers bedachten het volgende: ze voegden een kleine hoeveelheid desinformatie toe aan de feiten over klimaatverandering. Ze deden dit door mensen tijdens het feitelijke deel van het experiment kort te introduceren met door klimaatsceptici gebruikte tactieken om onzin te verspreiden. Deze 'inenting' hielp om de overtuigingen van mensen over klimaatverandering dichter bij de waarheid te houden – ondanks dat ze even later werden blootgesteld aan het nepnieuws.

"Desinformatie kan zich verspreiden en vermeerderen als een virus," zegt eerste auteur Dr Sander van der Linden. Van der Linden is een sociaal-psycholoog die Nederland heeft ingeruild voor een succesvolle carrière aan buitenlandse Ivy League-universiteiten. Momenteel is hij directeur van het Social Decision-Making laboratorium aan Cambridge, waar het onderzoek naar 'nepnieuws-inenting' werd uitgevoerd.

"We wilden kijken of we een 'vaccin' konden vinden door mensen van tevoren bloot te stellen aan een kleine hoeveelheid van de desinformatie die ze later zouden tegenkomen." Het idee was simpel: het opbouwen van een cognitieve database van informatie, zowel over de feiten als over de mogelijke desinformatie, zodat mensen weerbaar zijn als ze langs onzin komen.

Om de meest overtuigende onzin over klimaatverandering te vinden waartegen hij het publiek moest vaccineren, testten van der Linden en collega's populaire stellingen uit alle hoeken van het internet op een groep representatieve Amerikanen. Elk van hen beoordeelde de stelling op bekendheid en overtuigingskracht.

Desinformatie kan zich verspreiden en vermeerderen als een virus

De winnaar: de claim dat er geen consensus is onder wetenschappers, op de website van de politieke actiegroep Oregon Global Warming Petition Project. Op de website wordt geclaimd dat de petitie ondertekend is door 'meer dan 31.000 Amerikaanse wetenschappers'.

De test die Van der Linden opzette bevatte ook accurate claims, namelijk dat '97 procent van alle wetenschappers overtuigd is van door mensen veroorzaakte klimaatverandering.' Eerder werk door van der Linden toonde aan dat het noemen van deze wetenschappelijke consensus een effectieve manier is om mensen over te halen tot het accepteren van klimaatverandering.

Deelnemers van de test werden verdeeld in groepen en kregen elk verschillende informatie te zien. Een groep kreeg alleen feiten te zien, een groep alleen onzin en een groep kreeg beide te zien. In de groep die alleen feiten te zien kreeg steeg het vertrouwen in klimaatverandering met twintig procent, in de groep die alleen klimaatsceptische berichten te zien kreeg daalde het vertrouwen met 9 procent. De laatste groep kreeg eerst de feiten en direct erna het nepnieuws van het Oregon Project. Daar veranderde het vertrouwenspercentage met een verwaarloosbare 0.5 procent.

Twee groepen kregen naast de wetenschappelijke consensus ook 'vaccinaties' tegen de desinformatie. Die bestonden uit een algemene inenting en een specifieke inenting. De algemene inenting was een waarschuwing dat 'sommige politiek-gemotiveerde groepen misleidende tactieken gebruiken om het publiek ervan te overtuigen dat er veel onenigheid is onder wetenschappers.'

De specifieke inenting legde puntsgewijs uit wat er niet klopte aan de petitie van het Oregon Project. Er werd aangetoond dat er nephandtekeningen op de petitie stonden – waaronder Charles Darwin en de Spice Girls – en dat minder dan één procent van de ondertekenaars een achtergrond in klimaatwetenschap had.

De groep die was ingeënt met deze extra informatie was in staat de correcte informatie vast te houden, ondanks blootstelling aan de onzin. De algemene inenting leverde een stijging van 6.5 procent op aan geloof in klimaatverandering. Als de specifieke inenting daaraan werd toegevoegd steeg dit percentage naar 13 procent – tweederde van het effect dat werd behaald met het tonen van alleen de wetenschappelijke consensus.

Het goede nieuws is dus dat, ondanks dat klimaatverandering een ideologische loopgravenoorlog is, mensen toch van mening kunnen veranderen als ze worden geconfronteerd met feiten over het onderwerp, en dat er een middel is tegen de twijfelcampagnes van oliebedrijven en politiek opportunisten.