Waarom zijn sportwetenschappers zo bang voor menstruatie?

We weten niks over het effect van de menstruatiecyclus op sportprestaties, omdat studies de menstruatiecyclus van vrouwen compleet negeren.

|
07 juni 2016, 10:01am

Beeld: Shutterstock

Vrouwen worden doorgaans niet goed gerepresenteerd in klinisch onderzoek. Dit is ook het geval bij studies met betrekking tot sport en lichaamsbeweging. Er is een belangrijke reden hiervoor: menstruatie.

In een artikel dat maandag werd gepubliceerd in het British Journal of Sports Medicine roepen onderzoekers uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten het veld op om vrouwen meer te betrekken bij atletisch onderzoek. Ze benadrukten daarbij dat de menstruatiecyclus hier juist een belangrijk onderdeel van kan zijn. Menstruatie is tenslotte een terugkerende eigenschap van vrouwen en vrouwelijke atleten zijn ook tijdens de menstruatie nog steeds atleten.

"Beide geslachten nemen over het algemeen evenveel deel aan lichaamsbeweging, maar veel onderzoek is op mannen gericht," vertelt onderzoeker in sportgezondheid en hoofdauteur van het artikel Georgie Bruinvels, mij over de telefoon.

Wanneer een onderzoek wel met vrouwen wordt gedaan, betreft het meestal vrouwen in de vroege folliculaire fase van de menstruatiecyclus – de eerste paar dagen dat er bloeding optreedt. "Op dat moment zijn hormoonniveaus heel laag en eigenlijk gelijk aan die van mannen," legt Bruinvels uit.

"Er hangt nog steeds een taboe rond de menstruatiecyclus – mensen praten er liever niet over."

"Op die manier weten we weinig over hoe menstruatie en de bijbehorende hormonen effect kunnen hebben op atletische prestaties, of bijvoorbeeld welk soort training het beste past bij welke fase in de cyclus. Fundamenteel gezien weten we waarschijnlijk minder van het vrouwenlichaam dan zou moeten."

In onderzoek naar sport en lichaamsbeweging vonden de auteurs dat 39 procent van de proefpersonen in studies van 2011 tot 2013 bestond uit vrouwen.

Deze bias in geslacht is niet uniek in onderzoek naar sport en lichaamsbeweging, ook al is het belang van de betrokkenheid van beide geslachten in onderzoek is ondertussen duidelijk. De auteurs geven het voorbeeld van vrouwen die anders reageren op medicijnen. "Bewijs suggereert dat vrouwen ongeveer een twee keer zo grote kans hebben op nadelige effecten dan mannen. 80 procent van de medicijnen die van de markt zijn verdwenen, zijn teruggetrokken vanwege bijwerkingen bij vrouwen," rapporteren ze.

Historisch gezien worden vrouwen niet geïncludeerd in experimenten vanwege bezorgdheid over ongeboren foetussen, maar ook vanwege de variatie die de menstruale cyclus veroorzaakt in de resultaten. Dit is nou precies waarom Bruinvels en zijn collega's vinden dat er meer studies met vrouwen nodig zijn, en meer studies die kijken naar de effecten van hun menstruatiecyclus.

Het lijkt nogal logisch: Vrouwen zijn in dit opzicht natuurlijk heel anders dan mannen, dus men moet niet denken dat mannen in onderzoek ook zomaar vrouwen kunnen representeren.

"Voor 41.7 procent van de sportende vrouwen [kon] hun menstruatiecyclus een negatief effect hebben op prestaties"

Maar waarom zijn wetenschappers dan zo bang voor ongestelde vrouwen? "Ik denk omdat het een complex proces is," zegt Bruinvels. "Ik denk dat het grootste probleem is dat je ideaal gezien een groep vrouwen nodig hebt die je elke dag naar het lab laat komen. Vervolgens moet je dan ook nog voor allerlei verschillende variabelen testen – functie, kracht, vatbaarheid voor blessure, stressniveaus. Er zijn zo ontzettend veel verschillende variabelen."

Dit zou heel veel tijd en geld kosten, en vooral veel moeite van vrouwen. Je zou in je onderzoek een paar stappen terug moeten doen als je de menstruatiecyclus er bij wil betrekken.

Maar het is noodzakelijk werk. In een recente studie vond hetzelfde team dat voor 41.7 procent van de sportende vrouwen hun menstruatiecyclus een negatief effect kon hebben op prestaties. Wetenschappelijk gezien weten we niet precies waarom. Bruinvels is zelf aan het onderzoeking hoe hevige bloeding tijdens de menstruatie prestaties kan beïnvloeden.

Bruinvels wil vooral mensen met de neus op de feiten drukken als het gaat om de aandacht voor vrouwelijke atleten in wetenschappelijk onderzoek.

"Ik denk dat er vooruitgang in komt, maar er hangt nog steeds een taboe rond de menstruatiecyclus – mensen praten er liever niet over. Er zijn ook nog eens heel veel mannelijke coaches, dus ik begrijp dat het lastig kan zijn."

Ze voegde nog toe dat er ook nog eens heel veel variatie tussen vrouwen bestaat en dat resultaten dus per maand erg kunnen verschillen voor vrouwen. "Maar momenteel weten we echt helemaal niks."