Dit instituut dat niemand kent bepaalt welke zoetstoffen wij mogen eten

In 2013 had het EFSA nog honderden banden met de voedingsindustrie en sindsdien is er weinig veranderd.

|
05 oktober 2016, 9:26am

Dit is het derde deel in onze serie over de opkomst en ondergang van suiker, en hoe we suiker in de toekomst op allerlei slimme manieren kunnen gaan vervangen. Lees hier de eerste twee delen.

Steeds vaker vervangen mensen suiker door zoetstoffen. Niet zo gek, want zo kan je lekker blijven snoepen zonder je zorgen te hoeven maken om de calorieën. Maar ook zoetstoffen zijn niet zo onschuldig, want onderzoekers claimen om de haverklap negatieve bijwerkingen te hebben gevonden.

Zo ook bij sucralose. Volgens een Italiaans onderzoek uit 2012 zou dit leukemie veroorzaken bij muizen, en mogelijk ook bij mensen. Na een groot, vergelijkend onderzoek concludeerden voedingswetenschappers eerder deze maand dat dit toch niet het geval is. Goed nieuws dus, maar eigenlijk wordt sucralose al sinds 1999 aan onze producten toegevoegd. De European Food Safety Association (EFSA), het instituut dat de lijst van E-nummers samenstelt, oordeelde namelijk destijds dat sucralose een veilige stof was en heeft sindsdien voet bij stuk gehouden – ondanks dat er nog discussie gaande was. (Een zoetstoffenfabrikant schreef zelfs een open brief naar consumenten om de gemoederen wat te sussen.)

"De EFSA is een van de onbekendste, maar belangrijkste instituten van de Europese Unie."

Sucralose is lang niet de enige zoetstof met een discutabele reputatie die EFSA tόch op de E-nummerlijst heeft gezet. Hippe, veelbelovende zoetstoffen schieten namelijk als paddenstoelen uit de grond, maar het duurt meestal niet lang voordat wetenschappers nare bijwerkingen vinden. Zegt het ene onderzoek nog dat aspartaam een veilige stof is, dan zou het volgens een ander onderzoek hersenschade aan kunnen richten. Ook zou je van sommige zoetstoffen juist aankomen in plaats van afvallen – en dat terwijl het voornamelijk in dieetproducten wordt gebruikt – omdat je lichaam onnodig insuline gaat aanmaken.

Waarschijnlijk zijn deze uiteenlopende onderzoeksresultaten terug te leiden naar degenen die de onderzoeken uitvoeren. Dit kan namelijk verschillen van individuele wetenschappers tot grote multinationals (die bijvoorbeeld wetenschappers inhuren en uitkomsten manipuleren, zoals ik beschreef in deel één van deze serie).

Gelukkig houdt de EFSA een oogje in het zeil en controleren zij de uitkomsten van die onderzoeken, of er bijvoorbeeld mee gesjoemeld is. Ze zijn als het ware de scheidsrechter van de voedingsindustrie. Aan de hand van deze onderzoeken stelt het EFSA wetenschappelijke adviezen of die uiteindelijk de basis vormen voor bijna alle Europese wetten omtrent voedingsstoffen.

Niet zomaar een organisatie dus, dat EFSA, maar de kans is groot dat je er nog niet eerder van had gehoord. Lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO) noemt het zelfs "een van de onbekendste, maar belangrijkste instituten van de Europese Unie."

De verontwaardiging was dan ook groot toen in 2013 bleek dat er bij EFSA sprake was van enorme belangenverstrengeling: zij hadden honderden banden met de voedingsindustrie en meer dan 60% (!) van haar wetenschappers werd betaald door de voedingssector. Bizar nieuws, maar vanwege de grote onbekendheid van het EFSA hebben maar weinig Nederlandse media het rapport van het CEO opgepikt.

Van de tien wetenschappelijke panels die de EFSA telt, was de belangenverstrengeling het grootst bij het panel dat beslist over ingrediënten in dieetproducten (NDA). Dit ene panel was al goed voor 113 directe en indirecte connecties met de voedingsindustrie.

Een voorbeeld van deze belangenverstrengeling is Ivonne Rietjens. Haar onderzoek als professor Toxicologie aan de Wageningen Universiteit werd gedeeltelijk gefinancierd door onder andere Nestlé – een van de grootste spelers in de voedingsindustrie naast Unilever. Ondertussen was Rietjens ook vicevoorzitter van een EFSA-panel dat moest beoordelen of aspartaam wel of niet veilig is. En laat Nestlé nou net allerlei producten met aspartaam verkopen.

Het is dus slim voor zo'n grote multinational om wetenschappers in een EFSA-panel te vriend te houden. Want: "als de toezichthouder [EFSA] een negatief advies geeft, heeft dat immers grote gevolgen voor de voedingsindustrie," zo vertelt Nina Holland van CEO aan Follow The Money. "Het is wel zo dat wetenschappers die direct in dienst zijn van een privaat bedrijf, niet worden toegelaten tot een panel. Maar vaak ontvangen experts indirect geld van de industrie, net als Ivonne Rietjens."

aspartaam.jpg

Als reactie op de aantijgingen van het CEO zegt EFSA dat het steeds lastiger wordt om op hoog niveau wetenschappers te vinden die geen enkele band hebben met de voedingsindustrie. Desalniettemin zouden ze zich ervoor inzetten voortaan onafhankelijker en transparanter te werk gaan.

"Wat het EFSA er niet bij vertelde was dat het onderzoek voor het grootste deel door Monsanto zelf was geschreven."

Sindsdien heeft het EFSA een paar aanpassingen gemaakt, waaronder strenger toezicht op de 'Declarations of Interest' die iedere wetenschapper moet invullen. Hieruit blijkt of er sprake is van belangenverstrengeling. Volgens het Europees Parlement was dit echter nog niet genoeg, en in 2015 gaf het parlement aan "sterk teleurgesteld te zijn dat het beleid van [het EFSA] nog steeds zo veel mazen bevat" en vroegen hen nogmaals hun regels aan te scherpen.

Na twee keer flink op de vingers te zijn getikt, zou je verwachten dat het EFSA onderhand haar leven heeft gebeterd. Maar niets is minder waar. Dit jaar nog raakten zij in opspraak om glyfosaat, het hoofdingrediënt van een goedverkopend landbouwproduct van Monsanto.

Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) veroorzaakt glyfosaat namelijk lymfeklierkanker en daarom pleitten zij voor afschaffing van het ingrediënt.

Het EFSA was het hier absoluut niet mee eens: "Het is onwaarschijnlijk dat glyfosaat een kankerverwekkend gevaar vormt voor mensen," oordeelden zij. Op basis van dit oordeel werd de licentie van glyfosaat dit jaar verlengd met anderhalf jaar. En Monsanto kon weer opgelucht ademhalen. "De wetenschap wint!" twitterde Robb Fraley, toxicoloog bij Monsanto.

Maar wat EFSA er niet bij vertelde was dat het rapport waar zij hun oordeel op baseerden, via een slimme constructie voor het overgrote deel door Monsanto zelf was geschreven.

Monsanto mocht wettelijk gezien zelf kiezen waar het onderzoek naar de veiligheid van glyfosaat zou plaatsvinden. Dit werd het Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR) in Duitsland, een bedrijf dat al eerder betrokken was bij de toelating van glyfosaat. Maar uit het rapport blijkt dat niet het BfR, maar een zogenaamde Glyphosate Task Force (GTF) de tekst van het rapport heeft geschreven. Deze GTF was opgericht door Monsanto en had maar één doel: glyfosaat zo positief mogelijk in het licht zetten. Dit deden zij bijvoorbeeld door te kiezen welke literatuur werd gebruikt. Positieve onderzoeksresultaten werden naar de voorgrond geschoven en negatieve resultaten werden afgewimpeld of zelfs niet eens genoemd. Ook gebruikte de GTF drie geheime onderzoeken die niet met het publiek werden gedeeld. Op deze manier kwamen zij tot de 'conclusie' dat glyfosaat niet schadelijk zou zijn, in tegenstelling tot de conclusie van de WHO.

Als gevolg van deze hele heisa zijn EFSA, Monsanto en de Duitse overheid aangeklaagd door zes ngo's. Ondertussen mag glyfosaat nog steeds worden gebruikt.

Het is dus duidelijk dat EFSA, ondanks alle beloftes, nog geen steek is veranderd sinds het rapport van het CEO in 2013. En dit is iets waar we ons enorm zorgen om moeten maken. Door de rare acties van EFSA moeten namelijk alle voorgaande besluiten ook in twijfel worden getrokken, omdat onduidelijk is in welke gevallen de voedingsindustrie een flinke duit in het zakje deed en in welke gevallen de EFSA wél neutraal oordeelde. Hiermee wil ik dus niet zeggen dat alle goedgekeurde stoffen per definitie ongezond zijn, maar het wordt heel lastig om te achterhalen op welke van de twee manieren een stof op de E-nummerlijst is beland. Het wordt daarom tijd dat we ons eens gaan afvragen waarom dit instituut überhaupt nog mag oordelen over wat er (indirect) in ons eten terecht komt, terwijl zij al jaren onder een hoedje spelen met de voedingsindustrie. Als je lightfrisdrank nog geen nare nasmaak had, dan heeft-ie dat nu waarschijnlijk wel.