Ik sprak met de makers van ’s werelds eerste robotbaby

Het begin van de robot-evolutie is hier, en het is vooral heel schattig.

|
mei 27 2016, 7:02am

Ik was gisteren aanwezig op Campus Party (#FeelTheFuture): het grootste technologiefestival ter wereld, dat dit jaar plaatsvindt in de jaarbeurs in Utrecht. Zoals te verwachten stond het vol met 3D-printers, VR-demonstraties, voorstellen voor smart cities, app-filosofen en nog wat meer 3D-printers en robots, waaronder de triomferende voetbalrobots van het EK Robocup 2016. Maar de echte ster was de allereerste robotbaby ter wereld; het product van een heus techno-evolutionair proces.

De kraamkamer was een houten hok van zo'n twee bij drie meter. Ouder nummer één leek een soort blauwe zeester te zijn; de ander had meer weg van een groene hagedis. De baby was een schattige, doch redelijk onfunctioneel uitziende combinatie van hen beiden.

De hele familie bij elkaar.

De robots zijn gebouwd onder leiding van Guszti Eiben van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zoals Eiben uitlegde in de presentatie die hij tijdens het festival over het onderzoeksproject gaf, werkt het evolutionair proces van zijn robots in beginsel hetzelfde als elke evolutie: er zijn verschillende individuen, een selectiemethode en een reproductiesysteem. Alleen zijn de individuen in dit geval geen organismen, maar robots – machines die bestaan uit sensoren, een centraal controlesysteem en onderdelen om handelingen mee uit te voeren, zoals bijvoorbeeld ledematen om mee te lopen. Een algoritme vuurt het reproductiesysteem aan.

In de praktijk vertaalde dit zich in twee simpele robots wiens doel het is om zo snel mogelijk te leren lopen. Daarnaast waren ze ook geprogrammeerd om de rechterbovenhoek van het hok te bereiken, de paringshoek, die gemarkeerd was met een rood lichtje. Als ze die wisten te bereiken, werden ze 'volwassen' en kon het paren beginnen.

Het paringsritueel was net zo opwindend als je zou verwachten. De robots stonden stil naast elkaar en wisselden draadloos data uit die naar een server verstuurd werd. Op basis van die data werd vervolgens algoritmisch een bouwplan voor de hard- en software van een nieuwe robot gecreëerd. Dit plan werd verstuurd naar een 3D-printer, die de onderdelen voor de babyrobot printte. Dit betekent dat de robots zich alleen op softwareniveau écht voortgeplant hebben: het lichaam van de robotbaby is door het onderzoeksteam zelf in elkaar gezet, deels met 3D-geprinte onderdelen en deels met gekochte onderdelen, zoals de motor en de bedrading.

"Tijdens hun leven ontwikkelen deze robots tegelijkertijd hun lichaam en hun geest," legde een jongen uit die meegeholpen heeft aan het onderzoek. "Ze moesten leren ze voort te bewegen, en tijdens dit proces werd weer meer data gegenereerd over het leerproces."

Dit is natuurlijk techno-evolutie op z'n kleinst: twee ouders en een baby. Maar in theorie kan dit veel verder gaan. "De beste robots krijgen de meeste kinderen, en deze gaan weer paren. Als je één kind kunt maken, kun je eindeloos doorgaan," zei Eiben tijdens zijn presentatie. Bovendien toont dit experiment voor het eerst aan dat het mogelijk is om robots te laten evolueren.

Guszti Eiben op het main stage bij Campus Party.

Evolutie-achtige ontwikkelingen bij niet-organische systemen bestaan al langer, bijvoorbeeld in de kunstmatige intelligentie, waarbinnen verschillende benaderingen bestaan die geïnspireerd zijn op de principes van Darwin, maar er zijn nog nooit eerder robots gebouwd die in een fysieke ruimte elkaar kiezen en data uitwisselen.

Het onderzoek van Eiben en zijn collega's kan dan ook het best gezien worden als een opstapje voor evolutie-experimenten met meer gecompliceerde robots. Als dit van de grond komt, voorziet Eiben een grootse toekomst voor de robot-evolutie: hij stelt zich een toekomst voor met 'robot breeding farms' waarin op grote schaal robots gefokt kunnen worden, met als doel de beste variant van een bepaalde robot te krijgen. Nog verder ziet hij een toekomst waarin "robots geheel autonoom van mensen voortplanten, bijvoorbeeld om een andere planeet te bevolken."

De vraag is hoe realistisch dat visioen is. Kunnen robots zich ooit geheel autonoom voortplanten, en dan ook nog eens evolueren? En is de robotbaby wel echt een evolutionair succes?

De eerste robotbaby ter wereld.

Ik benaderde Eiben na de presentatie en vroeg hem of de robotbaby ook inderdaad sneller is dan zijn ouders. "Geen idee," zei Eiben. "Dat moeten we nog zien."

Als ik zo naar baby kijk vermoed ik dat een teleurstelling aanstaande is. Maar zelfs als robotbaby #1 een evolutionaire mislukking blijkt, betekent dat niet dat toekomstige baby's niet succesvol kunnen zijn. Van zijn ouders moet hij het immers ook niet hebben: "Wij zijn programmeurs, geen robotici," zei Eiben. "De robots zijn heel erg simpel en nogal 'buggy'." Het praktische nut van robotevolutie ligt volgens Eiben dan ook in de toekomst. "Door robotevolutie kunnen we betere software en betere robots bouwen, en misschien wel onze eigen evolutie beter leren begrijpen."

Een match made in heaven?