De groene lobby voert al jaren ongenuanceerd actie tegen gentech, en dat moet stoppen

CRISPR heeft veel potentie, maar ondertussen mag niemand in Europa ermee aan de slag.

|
20 april 2017, 12:54pm

Als ik boodschappen doe, koop ik altijd te veel. Ik houd van verse groenten en vers fruit, dat stop ik allemaal in mijn koelkast – om dan halverwege de week de helft in de prullenbak te gooien. Dan zitten er van die mooie groen-witte schimmelplekken op. Ik zou kunnen proberen minder eten te kopen, maar ik ben ook geïnteresseerd in een andere oplossing: groenten die resistent is tegen schimmels.

Dat klinkt als een first world problem, maar dat we in het Westen zo veel eten gedachteloos kopen én weggooien, is eigenlijk te gek voor woorden. Zeker als je bedenkt dat er in andere delen van de wereld schrijnende voedseltekorten zijn waardoor kinderen doodgaan.

Gelukkig is daar wat op te vinden. Met veredelingstechnieken kunnen we voedsel verrijken met extra vitamines en mineralen. Vroeger kostte het al gauw dertig jaar om een nieuwe Pink Lady of Jonagold te maken, maar met de hypermoderne techniek CRISPR-Cas9 kunnen we ontzettend precies knippen en plakken in het DNA van organismen. Je kunt genen uitschakelen, aanzetten, toevoegen of weghalen. Je hoeft dus niet eindeloos planten te kruisen om gewenste eigenschappen bij elkaar te krijgen: met CRISPR kun je in twee tot vijf jaar die schimmelresistente aardappel of tomaat met extra vitamines in de supermarkt hebben liggen. 

De Wageningen Universiteit staat te trappelen om de wereld te verbeteren (en oké, een beetje winst te maken). 

Helaas liggen milieuorganisaties als Greenpeace dwars. Sterker nog, de activisten hebben de techniek de pr-oorlog verklaard. CRISPR kun je namelijk gebruiken om vreemd DNA in te bouwen, en dat zou gevaarlijk zijn voor mens en milieu, ook al zeggen meer dan 2000 studies van niet. Het is mogelijk CRISPR alleen in te zetten om genen in en uit te schakelen. Dat is precies hetzelfde als een spontane mutatie, behalve dat je er dus gericht voor zorgt dat het gebeurt. CRISPR laat geen sporen achter in het DNA, dus je kan niet zien of een plant met CRISPR is behandeld. Het is precies hetzelfde als een 'natuurlijke' mutatie. 

Toch blijft Greenpeace ook dit afwijzen. Ze zetten hun publiciteitsmachine in om de consument bang te maken door constant de gevaren te benadrukken en harde protestacties te organiseren tegen boeren die genetisch gemodificeerde gewassen verbouwen. Het is volgens hen een techniek die 'niet natuurlijk' is, en daarmee per definitie gevaarlijk. 

Onzin, zeggen de wetenschappers die ik sprak die zich bezighouden met CRISPR. Als je de mogelijke risico's van genetische modificatie bekijkt, scoort CRISPR juist goed, omdat het zo precies is in vergelijking met traditionele methodes. 'Verkeerde' mutaties, kun je razendsnel opsporen. Alle risico's blijven zo beheersbaar. 

Het is belangrijk voorbeelden van CRISPR-gewassen te laten zien waar de consument iets aan heeft.

Zo maken ze in Wageningen CRISPR-tarwe waarvan de gluten niet meer schadelijk zijn voor mensen met glutenintolerantie (coeliakie). Ze werken ook aan een aardappel die resistent is tegen schimmels. Die hoeven niet meer bespoten te worden, en dat is zowel milieutechnisch als financieel voordelig. "Het is belangrijk voorbeelden van CRISPR-gewassen te laten zien waar de consument iets aan heeft," vindt Jan Schaart, onderzoeker in Wageningen. "Alleen op die manier kan het nut van de techniek duidelijk worden voor zowel de burger als de politiek".

De burger is tegenwoordig bang voor al het eten dat niet 'biologisch' en 'duurzaam' is geproduceerd. Het liefst komt het bij een boer om de hoek vandaan, en bevat het geen chemicaliën, gifstoffen of E-nummers. Daar zouden we allemaal maar ziek van worden. Deze achterdocht blokkeert de ontwikkeling van gentechnologie in Nederland, en volgen Schaart en Smeekens komt dit voor een belangrijk deel doordat Greenpeace 'gewoon flauwekul' verspreidt. 

In Nederland zijn nog geen posters bij de A1 of tv-spotjes verschenen om ons te overtuigen van het nut van CRISPR-voeding. Wel heeft het Nederlandse adviesbureau Schuttelaar en Partners, dat eerder ook Monsanto bijstond, een lobbygroep opgezet die zich lijnrecht tegenover Greenpeace positioneert. Ook de Wageningen Universiteit maakt deel uit van die lobbygroep. Het is hun doel de EU ervan te overtuigen dat CRISPR niet onder de strenge wetgeving voor genetische modificatie moet vallen, maar soepeler behandelt moet worden.

Het is overigens niet vreemd dat de universiteit in die lobbygroep is gestapt. Wetenschappers kunnen namelijk ook gewoon geld verdienen met CRISPR-gewassen. In Amerika worden al contracten getekend met bedrijven van zo'n 2,6 miljoen dollar. Maar dat we met CRISPR de huidige voedselproblemen binnen relatief korte tijd kunnen oplossen zou belangrijker moeten zijn. 

Voor wie iets verder kijkt ziet dat de belangrijkste kritiek van Greenpeace helemaal niet het zogenaamde gevaar van CRISPR is, maar de angst dat deze nieuwe technologie kleine veredelaars uit de markt zal drukken. Kleine boeren verliezen de concurrentie met multinationals als Monsanto. Het bedrijf heeft een veel te groot marktaandeel waardoor het bijna monopolist is in dit veld. 

Dat komt mede dankzij de enorme kosten die veredelaars moeten maken als zij een genetisch gemodificeerd gewas op de markt willen brengen. Dat soort gewassen moeten door een hele batterij aan tests en keuringen, die al gauw miljoenen euro's kosten. Kleine telers kunnen dat niet betalen. Greenpeace voert al jaren strijd namens de kleine telers tegen de grote bedrijven. Maar door CRISPR tegen te werken, helpen werken ze juist ook de kleine telers tegen. Gentech is veel preciezer en sneller, en daardoor uiteindelijk goedkoper. Zonder CRISPR zullen Europese telers het afleggen tegen hun concurrenten uit China en de VS. 

De Wageningen Universiteit en Plantum, de brancheorganisatie voor veredelaars, staan te trappelen om de wereld te verbeteren (en oké, een beetje winst te maken), maar ik zit nog steeds met beschimmelde tomaten in mijn fruitmand, en ergens anders gaan kinderen dood van de honger. 

Haast maken met CRISPR dus, maar helaas: de Europese Commissie treuzelt. Het VK en Zweden hadden geen zin om hierop te wachten. Zij staan de techniek sinds kort toe, zolang er geen vreemd DNA wordt geïmplementeerd. Volgens het laatste nieuws vallen daar de mensen niet bij bosjes dood neer. Laten we hopen dat het nieuwe kabinet net zo verstandig is, en deze levensreddende technologie alle ruimte gaat geven.